Home    -     Contact     -   AT5    -    Het Parool    -    De Volkskrant    -     Amsterdam Info    -     Amsterdam.nl    -    Liefya

   

Archief maart 2007

30 maart 2007

 

City Cargo of City Hopper?

 

Iedereen doet heel enthousiast over die nieuwe vrachttram in Amsterdam. Ik heb er nog nergens kritische woorden over gevonden. Toch had ik al vorig jaar, bij de eerste lancering van het plan, ernstige bedenkingen die nog steeds overeind staan.

 

Zo’n vrachttram heeft een eigen gewicht van 30 ton en kan niet veel meer dan 10 ton vracht vervoeren. Die verhouding is in feite absurd. Er moet vele malen meer energie worden opgewekt om 40 ton gewicht elektrisch te laten rijden, dan voor een diesel-vrachtwagentje met 10 ton lading. Het enige voordeel is dat de veel grotere vervuiling elders plaatsvindt, bij de elektriciteitscentrale.  

 

Ik voer vandaag met de rondvaartboot op de Amstel onder de Hogesluisbrug door, terwijl zo’n city-cargo tram over de brug denderde. Alle gasten aan boord in een korte shock, zoals altijd onder een brug waar een tram overheen rijdt. Een stad die op modder staat is eigenlijk niet geschikt voor zware voertuigen. Dat weten alle bewoners van huizen waar trams en vrachtwagens dicht langs rijden.

 

Bij het Amstel Hotel kwamen we een van de eerste city-hopper sloepjes van Canal Company tegen. (zie 'City Hopper',

28 maart 2007). Ik bedacht me op dat moment, dat diezelfde 10 ton vracht met gemak in twee van die nieuwe elektrische sloepjes zou passen. Die zouden dan geruisloos en trillingvrij met relatief kleine elektromotortjes op veel meer plaatsen dan de tram hun goederen kunnen afleveren. Superzuinig, schoon en zonder enige belasting van het overvolle wegennet.

 

Er is één, nota bene Amerikaans, bedrijf dat onze grachten gebruikt waar ze voor bedoeld zijn. Bij koeriersbedrijf DHL hebben ze ontdekt dat de combinatie van vrachtboten en fietsen de snelste manier is om in Amsterdam pakjes rond te brengen. De knalgele “Hollands Glorie” van DHL vaart al enige jaren haar rondjes door de stad met fietsen, pakjes en een compleet kantoor aan boord.

 

Amsterdam bezit het mooiste vaarwegennet ter wereld en we leven in een tijd van grote milieu en verkeersproblemen. Door alle files op de weg zou lokaal vrachtvervoer over water anno 2007 niet alleen veel zuiniger, maar ook vaak sneller zijn dan wegtransport. Tijd voor een heroverweging?.

De City-Cargo tram dendert met 40 ton gewicht door de straten

 

 

DHL is het enige bedrijf dat onze grachten gebruikt waar ze voor bedoeld zijn

(foto Wil Morcus)

29 maart 2007

 

Plastic boodschappentasjes in de grachten

 

De schrik van iedere Amsterdamse pleziervaarder. Ze drijven niet en ze zinken niet. Net als kwallen zweven ze bijna onzichtbaar nét onder het wateroppervlak, klaar om toe te slaan bij iedere passerende buitenboordmotor. Plop, plop, plop en de schipper moet zenuwachtig naar een veilig plekje manoeuvreren, arm in het koude water steken en dan trekken en wroeten om die troep uit de schroef te krijgen. 

 

Bij de gemeenteraad van San Francisco in de V.S. hebben ze uitgerekend dat alle supermarkten in die stad samen per jaar een slordige 800 miljoen plastic boodschappentasjes gratis aan hun klanten meegeven. Een overbodige enorme berg onafbreekbaar afval, die relatief veel geld kost om te verwerken.  Daar gaan ze iets aan doen. San Francisco wordt de eerste plastic-boodschappentassenvrije stad ter wereld. De supermarkten daar mogen van nu af aan alleen nog tassen van papier en andere afbreekbare materialen aanbieden.

 

Bovenstaand bericht vond ik vanmorgen op CNN. Vanmiddag maakte ik deze foto van het water voor Hotel Pulitzer aan de Prinsengracht. Als de Amsterdamse gemeenteraad het goede voorbeeld van San Francisco zou volgen, dan zou dat in ieder geval dankbaarheid, steun en stemmen opleveren van vele  duizenden bootjesmensen in de stad, nog afgezien van de overduidelijke milieuwinst die hier te behalen valt.

 

De schrik van iedere Amsterdamse pleziervaarder

 

28 maart 2007

 

Canal Hopper

 

Canal Company directeur Felix Guttmann verdient een prijs voor milieubewust ondernemen. Rondvaartboten die op aardgas varen, een programma voor sponsoring van plaatselijke goede doelen en nu zijn jongste bijdrage aan milieuvriendelijk openbaar vervoer in de stad: de 'Canal Hoppers'. Een vloot van 9 elektrisch aangedreven open sloepen die, voorlopig in het weekend, op de vaste routes van Canalbus gaan varen.

Een aanwinst voor het watervervoer in de stad!

Hopelijk zullen de routes van Canal Hopper in de toekomst ook door die kleine grachtjes leiden, waar de normale rondvaart niet kan komen. Kromboomssloot, Oudezijds Achterburgwal en de Jordaangrachten hebben ook veel moois te bieden.

Uitgebreide informatie vindt u hier: Canal Hopper

27 maart 2007

Een volle Canal Hopper op de Herengracht.

Bootvriendelijk

 

Nog niet zo lang geleden waren er in Amsterdam vijf supermarkten met een ingang aan een gracht waar je met een bootje kon afmeren om boodschappen te doen.

Dirk van den Broek aan de Motorkade in Noord was bekend bij alle Nederlandse binnenschippers. Die voeren vanuit de Houthaven met vletjes helemaal naar Noord om te provianderen voor de reis. Veel goedkoper dan de parlevinker en met zo'n vletje kon je zonder veel gesjouw een berg boodschappen naar je schip brengen. In die tijd heb ik geleerd hoe veel praktischer het is om met een bootje boodschappen te doen in Amsterdam.

Dirk verhuisde naar een onbereikbare locatie voor bootjes.

Een paar andere bootvriendelijke supermarkten sloten hun deuren en uiteindelijk was de Oer-Dirk aan de Bilderdijkstraat de laatste in de stad. Die had een achteringang aan de Bilderdijkkade die al door veel varende shoppers ontdekt was.

Helaas heeft Dirk vorig jaar die achteringang gesloten voor het publiek en er een personeelsingang van gemaakt. Zodat we vandaag wéér honderden meters moesten sjouwen met loodzware boodschappentassen om van de ene kant van die Dirk naar de andere te komen.

 

Meneer Dirk, als u een beetje hart hebt voor uw varende klanten, zou daar dan misschien een mouw aan te passen zijn? We zouden in dit journaal graag willen aankondigen, dat Dirk van den Broek weer bootvriendelijk is. Als daar wat publiciteit aan gegeven werd, zou dat in ieder geval in de zomer een flinke stroom extra klanten kunnen opleveren.

 

Voor de winkelende bootjesbezitters in Amsterdam willen we in dit journaal een inventarisatie maken van bedrijven die het predikaat 'bootvriendelijk' verdienen. Voor tips en commentaar kunt u terecht bij Amsterdam Bootvriendelijk

26 maart 2007

 

Gezonken bootjes

Amsterdammers zorgen slecht voor hun bootjes. Volgens het Bureau Binnenwaterbeheer worden per jaar rond 400 gezonken en halfgezonken bootjes als wrakken gelicht en vernietigd. De meeste zijn alleen vol-geregend  met de buitenboordmotor er nog op en onder water een complete inventaris. Per boot een waarde van honderden en soms duizenden euro's, in het najaar nonchalant achtergelaten door mensen die in de koude tijd even vergeten dat ze een bootje hebben. Dat komt ze meestal duur te staan, bootje lichten, schoonmaken en repareren van winterschade kost veel meer tijd en geld dan een beetje regelmatig onderhoud.

Toeristen op rondvaartboten varen verbijsterd langs die wrakkenvloot.

 

Onbedoeld dragen al die nonchalante booteigenaren bij aan de instandhouding van een beschermde vogelsoort: de meerkoeten. Bijna alle halfgezonken bootjes in de stad zijn in het voorjaar gekraakt door een jong gezin. Meerkoetenmannen bevechten elkaar om takjes en afval te draperen op alles wat nog net boven water uitsteekt. Per jaar worden in Amsterdam minstens 300 meerkoetennesten uitgebroed op halfgezonken bootjes.

 

24 maart 2007

 

Meerkoetennest 

 

De meerkoet van Hotel Pulitzer zit weer te broeden op haar vaste stek, op een prachtige verzameling takjes, plastic zakken, bekertjes en ander afval. Dit jaar heeft ze zelfs een heuse stootwil aan haar nest geknoopt om haar eitjes te beschermen tegen al die langsvarende rondvaartboten.

 

Buiten de stad bouwen meerkoeten imposante  vlechtwerken van riet als nest, maar Amsterdamse koeten zijn prima aangepast aan het stadsleven. Ze planten zich voort met veel dank aan onze slechte gewoontes.

Al het afval dat ze op het water tegenkomen wordt zorgvuldig ingevlochten met takjes, cassettetape, rood-wit politielint en touw, tot vuilnisbeltjes waar ze als zwarte koninginnetjes bovenop zitten. Ik heb zelfs een keer een nest gezien, waar een Baccarat roos ingevlochten zat.

De honderden halfgezonken plezierbootjes die na iedere winter door de stad verspreid liggen, zorgen in het voorjaar voor veel koetengeluk. Makkelijke opstap laag boven het water voor het nest en een binnenbadje waar de koters veilig in kunnen leren zwemmen. 

23 maart 2007

 

 "Amsterdam is blut"      

 

Dat stond op 22 maart in Het Parool.

Diezelfde avond maakte ik de foto hiernaast van de Magere brug. De "most famous bridge in Amsterdam" is goed voor drie miljoen toeristenfoto's per jaar.

Die brug is het symbool van de stad, het meest herkenbare object voor iedere buitenlandse bezoeker. Zoals de Eiffeltoren dat is voor Parijs en het vrijheidsbeeld voor New York.

En 's avonds, met de lichtjes aan, was de Magere brug de meest romantische plek in de stad. Achtergrond voor ontelbare trouwfoto's, modereportages en huwelijksaanzoeken

 

Verleden tijd, want wie nu in de avond naar het symbool van onze stad kijkt, ziet een verrot gebit. De kapotte lampjes zijn niet te tellen. Ze worden al maandenlang niet meer vervangen.

Ook elders in de stad is het droevig gesteld met de verlichting rondom het water. Alleen bij de 7 bruggetjes van de Reguliersgracht is vorig jaar nieuwe verlichting aangebracht,

in discokleuren. Het lijkt alsof de Gemeentelijke Dienst voor Verlichting van Bruggen daarna is opgeheven. Ik geneer me de laatste tijd, om 's avonds met buitenlandse gasten te varen. Vanaf het water lijkt Amsterdam op veel plaatsen op een derdewereldstad. We zijn blut en alle toeristen moeten dat zien.

   De Magere brug nu, symbool van een derdewereldstad

 

Het stukje hieronder schreef ik een jaar geleden. Intussen is de muur beplakt met foto's van de voorkant van de markt (onderste foto's)

16 april 2006 

Varende seringenboom

Het seringenboompje op het balkon van mijn vriendin heeft de afgelopen winter niet overleefd. Voor haar verjaardag wil ik haar verrassen met een stevige nieuwe boom. Ik ga op zoek naar een tuincentrum in de buurt van bereikbaar vaarwater. Mijn boodschappenbootje heeft al vaker goede diensten bewezen bij het vervoer van lastige objecten in Amsterdam. Liefya woont op Prinseneiland. Ik zie mezelf al door het Westerdok tuffen met een bloeiende sering op de voorplecht. Ze zou haar cadeau vanaf haar balkonnetje al van ver kunnen zien naderen.

 

Tuincentra hebben allemaal grote parkeerplaatsen voor auto’s. Ze verkopen planten, struiken, bomen, complete tuinhuisjes en nog veel meer dingen die niet in een auto passen.  Maar in onze stad met het meeste vaarwater ter wereld is geen enkel tuincentrum bereikbaar voor dat meest logische vervoermiddel voor al dat spul: een bootje.

 

De bloemenmarkt aan het Singel dan. Wereldberoemd, maar de laatste tijd vooral negatief in het nieuws. Er was een schandaaltje met verrotte bloembollen die aan toeristen werden verkocht. En dan de marktkooplui die actie voeren om andere dingen dan bloemen en planten te mogen verkopen. Moet ik mijn seringenboompje vinden tussen houten tulpen en Delfts blauw?

 

Er is geen alternatief. Ik vaar onder de Muntbrug door naar die onneembare muur van beton en geblindeerd glas waar bloemen en planten achter moeten staan. Een enkele oude dekschuit ligt ingeklemd tussen al dat beton en glas . Het enige stukje van onze beroemde drijvende bloemenmarkt waar je vanaf het water kan zien wat er plaatsvindt. Door een hek op de schuit zie ik planten en boompjes staan. Maar het hek zit vastgeschroefd en kan niet open. De bloemenman op de schuit wijst me een gaatje verderop in de muur, een stukje wallenkant waar mijn bootje precies in zou passen als het er niet ondiep zou zijn: een halve meter van de kant loopt de kiel vast. Er staat een hek op de wal waar rijen fietsen tegenaan staan, maar na een wiebelige klimpartij loop ik even later tussen het groen. Het aanbod valt mee, er zijn seringen in diverse prijzen.  Maar de dekschuit verdient mijn solidariteit. Die bloemenman is de laatste der mohikanen. Hij doet gelukkig niet mee met de waan van de dag. Hij verkoopt alleen bloemen en planten op een echte schuit en daar staat zowaar een mooie sering tussen. Niet goedkoop, maar hij overtuigt me van de kwaliteit en biedt me aan de boom met een steekwagen naar mijn bootje te brengen. Hij vertelt ook dat het hek aan de waterkant vroeger wel open kon. In een ingeving doe ik hem een voorstel. “Maak een poort in dat hek en hang bloembakken aan de waterkant. Zorg dat de pleziervaart kan afmeren, leg desnoods een pontonnetje neer en ik zorg dat je varende klanten krijgt.”

 

De bloemenmarkt aan het Singel is in 1874 opgericht door de gemeentelijke dienst voor het marktwezen. Dekschuiten vol planten langs de wal, marktkramen met bloemen op de kade. Al in de negentiende eeuw was de markt beroemd. Het lint van kleuren langs de eeuwenoude gracht bij de Munttoren werd afgebeeld en bezongen door grote kunstenaars  Veel mooie schilderijen en foto’s  uit die tijd getuigen van een adembenemend stukje Amsterdam..

De roem van de markt bestaat vandaag eigenlijk alleen nog maar in de toeristengidsen. De rondvaartboten (met 3 miljoen passagiers per jaar) mijden dat stuk gracht omdat het zo lelijk is. Ook pleziervaart komt er nauwelijks. Iedereen ergert zich aan die Berlijnse Muur in het water, maar we zijn er aan gewend. Alleen onze buitenlandse gasten vragen zich verbaasd af welke ambtenaar zo veel smeergeld heeft ontvangen om deze monsterlijke verkrachting van  stedenschoon toe te staan.

 

Terug op mijn bootje, omringd door seringengeur, heb ik een dagdroom die best uit zou kunnen komen. Ik denk aan Wim T. Schippers met zijn prachtige droom om het Paleis voor Volksvlijt te herbouwen en ik formuleer mijn eigen droom: De bloemenmarkt herstellen in zijn oude glorie als een watermarkt met echte schuiten en ouderwetse marktkramen ervoor.

Ik zie een groen gat met bloemen in de muur, het hek van de laatste dekschuit wijd open met een tros bootjes langszij die worden beladen met grasplaggen, boompjes, zakken potgrond en al die andere tuinartikelen die zo makkelijk in een bootje te vervoeren zijn. Ik zie de betonnen buurman van de dekschuit jaloers worden om al die nieuwe handel en ook bloembakken ophangen aan de waterkant en een schuifpui monteren om ook klanten vanaf het water te kunnen bedienen. Ik zie dat groene gat met bloemen vanzelf verder groeien. Uit economische motieven worden steeds meer betonnen bakken vervangen door ‘echte’ schuiten met ‘echte’marktkramen op de wal. Op het resterende drijvende beton zie ik hier en daar een open terras, vooral voor het bootjesvolk een weldaad en bovendien veel minder afstotelijk dan een blinde muur. Ik zie uiteindelijk zelfs de kooplui zich weer naar het water richten voor de aanvoer van hun handel. Met een vrachtauto in de binnenstad is ook geen pretje meer en dat wordt alleen maar erger.

 

Op de Prinsengracht wordt mijn bootje met boom van alle kanten toegewuifd en gefotografeerd. Een rondvaartboot stopt naast mij, er worden 100 camera’s op mijn sering gericht. Uiteindelijk tuf ik echt in het Westerdok met mijn boom. Ik bel Liefya dat ze haar cadeau al van een kilometer afstand kan zien aankomen. Maar hoewel ze vanuit haar flat aan alle kanten op water uitkijkt, is de aflevering niet eenvoudig. Vlak onder haar flat is een lange, lege kade waar ik mijn bootje niet meer mag afmeren. Niet zo lang geleden ben ik door een barse varende ambtenaar van Bureau Binnenwaterbeheer gewaarschuwd dat hij mij bij een volgende overtreding onherroepelijk op de bon zou slingeren.

De dichtstbijzijnde plek waar mijn bootje wel mag liggen is bijna een kilometer weg en de sering is zwaar. Dus hijs ik in een levensgevaarlijke toer vanaf mijn los drijvende bootje die boom op de hoge kade en bel Liefya nog een keer, nu om haar kado te komen bewaken terwijl ik het bootje naar de legale plek breng. Met dank aan BBA is dat alles bij elkaar een operatie van een half uur voor twee personen, maar de sering staat op zijn plek. 

                        Onneembare muur van beton en geblindeerd glas

 

 

                       Een enkele oude dekschuit ligt daartussen ingeklemd

 

 

Zo zag de bloemenmarkt er uit aan het einde van de negentiende eeuw

 

 

 

En dit hebben ze er anno 2007 van gemaakt

 

 

 


Contact   -   AT5   -  Het Parool   -   Amsterdam Info   -    Amsterdam.nl    -    De Volkskrant    -    Liefya  

Copyright © Grachtenjournaal 2007