Home    -     Contact     -   AT5    -    Het Parool    -    De Volkskrant    -     Amsterdam Info    -     Amsterdam.nl    -    Liefya

   

Archief april 2007

26 april 2007

 

Drijvende Koninginnemarkt?

 

Zoals dat altijd gebeurt,  kwam het mooiste plannetje voor dit journaal bij toeval bovendrijven. Liefya wil op Koninginnedag haar kelderbox leegverkopen. We bespraken de logistiek van een goede verkoopplek en het vervoer van onze spullen naar die plek.

Met een auto de stad in is op Koninginnedag bijna onmogelijk.

Er wordt op die dag heel wat afgezeuld met karretjes en kinderwagens om de beste verkooplocaties te bevoorraden.

 

Maar we hebben een bootje waar we desnoods de complete inhoud van Liefya’s kelderbox in kunnen vervoeren, dus de oplossing lag voor de hand. Ons mooie plannetje rolde vanzelf

uit die oplossing: Dolfijntje als eerste drijvende Vrijmarktkraam. Transportproblemen opgelost, een eigen stek om te verkopen zonder een stuk straat te hoeven claimen en als de verkoop tegenvalt hoeven we onze kraam niet af te breken om en ander plekje te zoeken. En we kunnen zowel varende als lopende klanten bedienen. 

 

De Bloemenmarkt aan het Singel is de enige markt in de stad

die nog een beetje drijft. Aan de achterkant van die markt is een vrijwel lege kade. Op Koninginnedag zal ons bootje daar ligplaats kiezen als  drijvende Vrijmarktkraam.

Als daar dan nog tien bootjes met Vrijmarktspullen komen afmeren, dan hebben we de eerste drijvende Vrijmarkt in Nederland. Als er honderd drijvende marktkramen naar het Singel komen, zou 30 April 2007 de geboortedag kunnen worden van een mooie Amsterdamse Koninginnedagtraditie.

 

Symbolisch zou daarmee een stukje van de historische functie van onze beroemde grachten worden hersteld. In onze Gouden Eeuw waren er tientallen gespecialiseerde drijvende markten in de stad en vrijwel alles werd in die tijd over water aangevoerd.

Varend Nederland komt op Koninginnedag massaal naar Amsterdam.

Die tienduizenden varende bezoekers zouden met een drijvende Vrijmarkt op onze grachten eindelijk iets anders te doen krijgen dan dronken worden en lawaai maken.

(Foto Stefan Tanner)

Welke zijde van dit stukje Prinsengracht ziet er aangenamer uit?

23 april 2007  

Terras aan het water

 

Per jaar doen drie miljoen bezoekers aan Amsterdam hun eerste indrukken van onze stad op vanaf een rondvaartboot.

 

Wat zie die mensen als ze langs ons historisch erfgoed varen? Heel veel geparkeerde auto's, geparkeerde fietsen, vuilniscontainers en halfgezonken bootjes. Als hun uitzicht op al dat moois tenminste niet wordt belemmerd door die schaftketen op drijvende betonnen bakken die ze woonboten noemen.

 

Hiernaast staan een paar plaatjes van een stukje Prinsengracht zonder woonboten. Tussen al dat gestalde blik en afval zien we daar een kleine oase. Café Het Molenpad heeft twee parkeerplaatsen in gebruik rondom een boompje, waar tafeltjes en stoelen staan voor tientallen mensen die daar dubbel kunnen genieten van alles wat voorbij komt op en langs de drukste gracht van de stad.

Dat is en relatieve zeldzaamheid in Amsterdam. Langs 5 kilometer Prinsengracht zijn 4 terrassen aan het water te vinden waarvan er slechts 2 bereikbaar zijn per boot. Op de bruggen zijn  er nog een paar, maar die zie je nauwelijks vanaf de gracht en ze zijn onbereikbaar voor varende klanten. Langs onze andere grachten is het niet veel beter gesteld.

 

In Utrecht hebben ze goed begrepen hoe kostbaar die wallenkant is. Langs de enige mooie gracht die ze daar hebben zijn zo veel terrassen, dat er een bierboot langs vaart om de cafés te bevoorraden.  De Oude gracht in die stad is juist door die terrassen een lust voor het oog.

 

Er liggen tientallen cafés langs de Prinsengracht in Amsterdam. Stel voor dat die allemaal als het mooi weer is op een paar parkeerplaatsen voor hun deur tafeltjes en stoeltjes mogen zetten voor hun gasten. Als het regent zouden ze dan weer gebruikt kunnen worden als parkeerplaats. De cafébazen zouden waarschijnlijk graag de parkeermeters op die kostbare plekken aan de wallenkant gevuld houden als 'huur' voor hun terrasjes. "I Amsterdam" zou daarmee zonder enige kosten of moeite weer een stukje aangenamer worden om naar te kijken.

Geparkeerde auto's....

 

fietsen en vuilniscontainers...

 

of terrasjes langs onze grachten?

21 april 2007

 

Maritiem themapark op Kattenburg?

 

Er is één eiland in de stad, dat gewone Amsterdammers alleen van de buitenkant kennen.

De bordjes “verboden toegang” op die buitenkant zijn nauwelijks zichtbaar, maar niemand haalt het in zijn hoofd om daar voet aan wal te zetten. Op Google-earth zit op die locatie een blinde vlek op de foto. Zelfs vanuit de lucht mogen we er niet naar kijken.

 

Dat gaat misschien veranderen. Wethouder Maarten van Poelgeest heeft een prachtig plan gelanceerd om van het Marine-eiland op Kattenburg een stadspark te maken. Of het lukt is de vraag want onze Marine is nogal verknocht aan haar historische geboorteplek.

 

In de zeventiende eeuw was de marine veel minder geheimzinnig dan vandaag. Op het detail van de stadskaart uit 1692 dat hiernaast is afgebeeld, is duidelijk te zien wat zich allemaal op het eiland afspeelde. De link eronder leidt naar een pagina waarop een 10 MB afbeelding van de volledige kaart staat. Voorzover ik weet is dat de mooiste historische stadsplattegrond van Amsterdam op het internet

 

Op die oude kaart kan wethouder van Poelgeest tenminste zien waar hij een park van wil maken, al was het Marine-eiland in die dagen veel groter dan nu. De details op die kaart zouden de wethouder misschien kunnen inspireren om er een maritiem themapark van te maken waar ook een plek is ingeruimd voor de roemruchte geschiedenis van onze zee-strijdmacht. Wellicht zouden de onderhandelingen met het ministerie van defensie over zijn voorstel dan wat soepeler kunnen verlopen.

 

Het Marine-eiland in 1692. Op: "Historische stadskaart" staat een 10 MB afbeelding van de volledige plattegrond.

20 april 2007

 

Rectificatie over de Bloemenmarkt aan het Singel

 

Met het schaamrood op de kaken beken ik een grote journalistieke fout. Bij mijn artikelen over de bloemenmarkt aan het Singel heb ik eerder verschenen perspublicaties als bron gebruikt zonder de bloemenhandelaren de gelegenheid te geven tot wederhoor. Dat ga ik nu goedmaken.

 

Een beetje geschokt was ik vanmiddag over mijn gesprek met Maarten Bevaart, die met zijn vader de enige echte bloemenschuit op de markt exploiteert. Ten eerste kan ik melden dat die kwestie met verrotte bloembollen ging om drie handelaars die met hun gesjoemel de reputatie van de hele markt hebben verpest. Ze zijn meer dan voldoende publiekelijk terechtgewezen. Verrotte bollen worden aan het Singel niet meer verkocht.

 

De schok kwam toen Maarten mij vertelde hoe die blinde muur aan de achterkant van de markt is ontstaan. Ik had zelf bedacht dat de megalomane expansiedrift van verwende marktkooplieden die barrière moest hebben veroorzaakt. Ik heb ze valselijk beschuldigd. Die muur is jaren geleden bedacht door de gemeente zelf in een misplaatste poging om de markt te 'moderniseren'. Het gemeentebestuur gaf ooit opdracht aan een architect om die de rij Westlandse broeikassen te tekenen waar we nu nog steeds mee zitten  opgescheept.

 

Geheel in lijn met dat verhaal was Maarten’s volgende onthulling: die monsterlijke posters  die nu op de achterkant van onze eigen Berlijnse muur geplakt zijn, waren óók een initiatief van de gemeente. Het modewoord ‘oppimpen’ zal hier van toepassing zijn. Is dat de enige manier die onze stadsbestuurders kunnen bedenken om de achterkant van onze beroemde  bloemenmarkt minder afstotelijk te maken?

 

19 april 2007

 

De dregboot

 

Wandelend langs mijn eigen stukje Amstelkade zag ik vanmorgen de dregboot van BBA langskomen om gezonken bootjes te lichten. Geen camera op zak deze keer, maar voorbijganger Antony stond op de brug foto's te maken. Hij mailde mij vanavond zijn plaatje van de dregboot met een wrak in de grijper. Dank je wel Antony! Je foto staat hiernaast.

 

De dregbootschipper heeft geen eenvoudige taak.

Hij mag pas aan het werk na een langdurige procedure waarin de booteigenaar veel tijd krijgt om zijn vaartuig zelf te bergen.

 Nesten van meerkoeten verstoren daarna zijn schema.

Die zijn dol op halfgezonken bootjes voor hun broedsel en ze zijn beschermd. Om een meerkoetennest is vorig jaar zelfs een miljoenenproject ter renovatie van een kade zes weken uitgesteld. Totdat de kleine koetjes kunnen zwemmen mag de dregbootschipper noch de eigenaar van de broedboot het nest verstoren. Een paar weken extra uitstel van executie.  Daarna worden de wrakken die honderden, soms duizenden euro's waard zijn, onherroepelijk vermalen tot schroot.

Antony fotografeerde de dregboot in het Amstelkanaal met een wrak in de grijper

18 april 2007  

Mijn Paleis voor Volksvlijt

 

Dit grachtenjournaal is ontstaan uit een dagdroom die ik een jaar geleden had terwijl ik met een seringenboom in mijn bootje van de bloemenmarkt aan het Singel naar de woning van mijn vriendin aan de Zoutkeetsgracht voer om haar verjaarscadeau te brengen. Die dagdroom heb ik beschreven op 16 april 2006 in: “Varende seringenboom.”  Dat is het oudste stukje in dit jounaal. Op 8 april van dit jaar heb ik daar een voorstel aan de gemeente aan toegevoegd om de bloemenmarkt uit te breiden aan de andere kant van het water met proefvergunningen voor open dekschuiten die daar bloemen, planten en tuinartikelen mogen verkopen in traditionele marktkramen. Daardoor zou de markt weer vanaf het water bereikbaar en veel mooier worden.

Er is een precedent: op een aantal foto’s in het Gemeentearchief is duidelijk te zien dat de markt vroeger aan beide zijden van het Singel werd gehouden.  

 

De ‘drijvende’ bloemenmarkt aan het Singel is wereldberoemd, monsterlijk lelijk en wordt op het internet voornamelijk beschreven als de ergste ‘tourist trap’ in Amsterdam.

 

Iedere marktkoopman in Nederland moet zijn spullen opruimen na de werkdag, maar de kooplieden van het Singel zijn vrijgesteld (door wie? waarom?). Ze mochten van de gemeente (BBA dus) in die middeleeuwse gracht een Berlijnse muur van beton en geblindeerd glas bouwen om hun koopwaar van houten tulpen, Delftsblauwe tegeltjes en verrotte bloembollen uitgestald te kunnen laten staan.

 

Mijn voorstel aan de gemeente heel concreet:

15 proefvergunningen voor bloemenhandelaars die met een open dekschuit ligplaats mogen kiezen aan de stille zijde van het Singel bij de Munt. Op die dekschuiten mogen alleen bloemen, planten en tuinartikelen worden verkocht die alleen over water mogen worden aangevoerd. Plus 2 proefvergunningen voor plaatselijke horecabedrijven voor drijvende terrassen tussen de bloemenschuiten in, ten behoeve van varende klanten.

Een beetje fotoshoppen toont mijn dagdroom:

Een opening in die ondoordringbare muur met mijn

boodschappenbootje ervoor, zodat ik potgrond kan laden voor mijn tuin..

 

 

Als dat voorstel wordt uitgevoerd, zou een van de lelijkste stukken gracht in de binnenstad zonder veel moeite kunnen worden omgetoverd tot een van de mooiste. Het zou de slechte reputatie van de markt langzaam herstellen met gezonde concurrentie. Varende Amsterdammers zouden massaal komen kijken naar dit nieuwe fenomeen. De rondvaartboten zouden dat stuk gracht niet langer mijden. Door het succes van de ‘nieuwe’ bloemenmarkt zouden de kooplui aan de overkant hun Berlijnse muur vrijwillig afbreken om mee te profiteren van die opbloei.

 

Mijn voorstel kost een beetje aan voorzieningen die moeten worden aangebracht en het levert een beetje op aan leges voor extra vergunningen. Maar het zou de stad een attractie opleveren van hernieuwd wereldformaat. De markt staat nog steeds vermeld in alle toeristengidsen over Amsterdam, maar haar reputatie is tanende. Wereldberoemd maar doodziek. Een nieuwe impuls die zich richt naar de authentieke oorsprong van die markt heeft een onschatbare PR waarde voor "I AMsterdam".

17 april 2007  

Hopelijk wordt Amsterdam in de toekomst een stukje bootvriendelijker.

Dit is een citaat uit de volgende e-mail die ik vandaag ontving:

 

Hallo beste mensen van Bootvriendelijk,

 

Een suggestie voor jullie bootvriendelijke bedrijven aan het water.

Op de Sloterkade zit een Dirk vd Broek, je mag er officieel niet aanleggen, maar er liggen regelmatig binnenvaartschepen, en ook pleziervaartuigen om even proviand in te slaan. Binnenwaterbeheer doet er daar ook niet zo moeilijk over. Op andere plekken op de Kostverlorenvaart doen zij dat wel omdat er nu eenmaal een afmeerverbod geld.

Verder wil ik jullie zeggen dat ik de website ontzettend leuk, nuttig en informatief vind. Ikzelf vaar ook regelmatig door en om Amsterdam heen, en zie natuurlijk ook alle leuke en minder leuke dingen. Ik zal in de toekomst dan ook dingen die ik tegenkom en nog niet op jullie site staan mailen om zo ook een bijdrage te leveren!

Hopelijk wordt Amsterdam in de toekomst een stukje bootvriendelijker.

Met vriendelijke groet,

 

Marcel Koopal

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Dit was mijn antwoord:

 

Hallo Marcel,
 
De Dirk aan de Sloterkade had ik opzettelijk niet genoemd omdat daar een afmeerverbod geldt. Niet helemaal onterecht, er komen soms heel grote schepen langs. Er zouden wat faciliteiten gemaakt kunnen worden voor veilig afmeren op die plek. BBA zou daar verantwoordelijk voor zijn. Maarten van Poelgeest van GroenLinks is de nieuwe wethouder van waterbeheer. Ik heb hem onlangs een open brief gestuurd. Hoe meer mailtjes hij ontvangt over aanlegplaatsen voor boodschappenbootjes in Amsterdam, des te groter de kans dat BBA wordt verplicht om daar eindelijk iets aan te gaan doen. Dus: mailtjes naar wethouder van Poelgeest s.v.p., hoe meer hoe liever!
Zijn e-mail adres staat op het internet: m.poelgeest@chello.nl
Dank je wel voor je compliment. Mag ik deze correspondentie gebruiken in het Grachtenjournaal als oproep aan varende Amsterdammers om hier te melden wat ze verbeterd willen zien?  Alle rapportage van wat er in en om de Amsterdamse grachten gebeurt is meer dan welkom. Ik hoop nog vaak e-mails van mijn eerste correspondent Marcel te ontvangen. En van iedereen die iets te melden heeft over de vaarwegen in Amsterdam
Hopelijk wordt Amsterdam in de toekomst een stukje bootvriendelijker.
Groet,
 
Jan Blom
Grachtenjournalist
15 april 2007  

Bootvriendelijke pizzeria

Een kleine pizzeria aan het Zuider-Amstelkanaal bij Hotel Okura mag genoemd worden als een van  de eerste boot-viendelijke bedrijven in Amsterdam. Gevestigd op een brug met een achterdeur aan het water.

In het seizoen staat die deur open en een bord ernaast vermeldt dat je op het telefoonnummer 6703884 pizza’s kan bestellen die daar kunnen worden afgehaald. Dit weekend lagen er weer dikke trossen bootjes afgemeerd bij die achterdeur, zoals altijd als het mooi weer is. Op de route van de Nieuwemeersluis naar de Amstel varen op een dag als vandaag vele honderden bootjes langs die pizzeria. Met bemanningen die tegen de avond vaak hongerig zijn na een lange dag varen. Met bedroevend weinig faciliteiten onderweg voor de varende inwendige mens. Apollo en Okura hotels hebben eigen steigers voor bezoekers, maar voor de meeste bootjesmensen zijn die ver boven het budget. De pizzabakker van de Amstelkade  heeft dat goed begrepen. Hij is zijn tijd vooruit.

 

Naschrift 16 april

Vandaag meerde ik af bij die pizzeria om de pizzabakker te vertellen dat ik reclame voor hem maak op het grachtenjournaal.

De schipper van een ander bootje daar vertelde me dat aan de Oudezijds Achterburgwal in de bocht ook een pizzeria is die bootjesklanten bedient vanuit een deur aan het water. Ik ga daar zeker kijken en zal er hier verslag van doen. 

13 april 2007  

713 gezonken boten in Amsterdam in 2006

 

Met dank aan mevrouw Oosting van de PR afdeling van het Bureau Binnenwaterbeheer Amsterdam kan ik u hier een paar schrikbarende statistieken melden ter correctie van een eerder stukje in dit journaal met de titel: "Gezonken bootjes" 26 maart 2007

 

In 2006 stonden in Amsterdam 9600 pleziervaartuigen geregistreerd. Bureau Binnenwaterbeheer signaleerde in dat jaar 713 gezonken of halfgezonken vaartuigen.

 

Dat betekent dat 8 procent van de booteigenaren in de stad nauwelijks omkijkt naar zijn of haar drijvende bezit. Uiteindelijk zijn 291 gezonken boten door BBA gelicht en vernietigd.   

 

Tot in de jaren 70 van de vorige eeuw werd een flink percentage van de parkeerplaatsen voor auto’s in de stad bezet door autowrakken. Vooral in West zagen sommige parkeerterreinen er uit als sloperijen. Dat is verleden tijd. Parkeerplaatsen in Amsterdam zijn tegenwoordig zo duur,

dat niemand het meer in zijn hoofd haalt om er een wrak op

te laten staan. Probleem opgelost en de stad ziet er een stuk prettiger uit.

 

Dat kan ook op het water en het zou heel goed zijn voor ons allemaal. Wrakken opgeruimd, miljoenen extra inkomsten voor de gemeente en een veilige eigen afmeerplek voor al die varende Amsterdammers die hun boot wél verzorgen en boven water houden. Misschien blijven er dan zelfs plekken over voor kort parkerende boodschappenbootjes.

 

Meneer van Poelgeest, mogen we alstublieft vijf keer zo veel betalen voor de ligplek van onze bootjes om er een legitiem bordje met ‘gereserveerd’ op te kunnen hangen?

 

Amsterdammers zorgen slecht voor hun bootjes

 

11 april 2007  

Drijvende tuinen, varende eilanden

 

Een verhaal over drijvende tuinen in Amsterdam moet eigenlijk beginnen met een eerbetoon aan de pionier van dit fenomeen. De Amerikaanse kunstenaar Karl Glűck alias Victor IV alias Bulgar Finn woonde in de jaren zestig van de vorige eeuw op een woonboot aan de Amstel bij de Blauwbrug. Rondom die boot had hij met drijfhout, oude scheepsluiken en touw een idyllisch dorpje gebouwd van vlotten met kleine huisjes erop. Alles bedekt met een dikke laag stro en gedecoreerd met die typische Victor IV ikonen waar hij na zijn dood beroemd mee geworden is. Vol planten en bloemen en bewoond door kippen, eenden, ganzen, zwanen, geitjes, poezen en soms gasten. Victor beschilderde alles om zich heen. Kippen hadden oranje veren, poesje een blauwe neus.  “Who needs the Pacific Ocean” stond op een plank aan de buitenkant van zijn dorp geschilderd. Ernaast stak een hengel met een klomp aan een touwtje naar buiten voor de rondvaartboten die onophoudelijk de rust van zijn drijvende paradijsje verstoorden.

“De koning van de hippies” was in die dagen de topattractie voor de rondvaart. Hij werd zo genoemd omdat hij blootsvoets door de stad liep en omdat zelfs de vloer van zijn zwartgeteerde besteleend vol stro lag.

Die klomp was bedoeld geweest om de rondvaart op afstand te houden, maar tot Bulgar’s grote verbazing gingen alle kapiteins er geld in stoppen. “They buy off their invasion of my privacy” was zijn commentaar en hij had er vrede mee.

 

In die tijd was ik schipper op de binnenvaart, met Amsterdam als thuishaven. In de stad gebruikte ik mijn reddingsvletje om boodschappen te doen. Bulgar’s vlottendorp werd mijn favoriete aanlegplaats en hij werd een van mijn meest inspirerende vrienden. Zittend op een baal stro uitkijken over de Amstel en ademloos luisteren naar zijn onophoudelijke stroom invallen, grappen, plannen, ideeën en verhalen. Rijke herinneringen van al meer dan twintig jaar geleden. In juni 1986 verdronk Bulgar Finn tijdens reparatiewerkzaamheden onder een van zijn vlotten. Op  http://www.viktoriv.com staat zijn levensverhaal. Zijn boot, de Berendina Fennegina, ligt nog steeds bij de Blauwbrug aan de Amstel maar van zijn vlottendorp is bijna niets meer over. Hoewel het internationaal erkend werd als kunstwerk en vergelijkbare bouwsels van zijn hand in buitenlandse musea staan, zag onze gemeente Bulgar's drijvende dorpje na zijn dood als rommel die moest worden opgeruimd.

De tijden zijn veranderd. Drijvende tuinen zijn in de mode.

De gemeente subsidieert vandaag een eigen netwerk van drijvende tuinen. Gemaakt van stalen buizen met gaas ertussen, netjes op lange rijen in de gracht.                           (wordt vervolgd)

De eerste drijvende tuinen in Amsterdam

 

Karl Glűck alias Victor IV alias Bulgar Finn in de Amstel

10 april 2007

 

Aan de heer Maarten van Poelgeest, wethouder Binnenwaterbeheer van Amsterdam

 

Geachte heer van Poelgeest,

 

Amsterdam weer bereikbaar maken vanaf het water lijkt op het eerste gezicht een absurd doel in de waterrijkste stad ter wereld.

Maar iedereen die langs ons historisch erfgoed vaart, ziet de stille getuigen van verloedering en anarchie. Ligplaatsen geclaimd met bordjes en autobanden, zelfgebouwde aanlegsteigers, honderden gezonken en halfgezonken bootjes en 'ingepikte' ligplaatsen van verkapte woonboten. Allemaal hoogst illegaal maar al jarenlang uit gemakzucht gedoogd. Alle afmeerplaatsen langs de grachten zijn er volledig mee dichtgeslibd. 

 

Mijn bootje is mijn enige vervoermiddel. Zes meter lang, maar ik heb er al complete inboedels mee verhuisd.

Ze kan een halve ton vracht of 7 passagiers vervoeren met een motortje van 6 pk.

Daar heb je op de weg minstens een SUV voor nodig.

 

Dertig procent van Amsterdam is vaarwater. Al het andere verkeer samen moet het doen met een schamele tien procent.

 

In de zeventiende eeuw woonden er meer mensen in Amsterdam dan nu binnen de grachtengordel in het zelfde gebied.

Er stonden bovendien meer dan duizend pakhuizen in de stad voor opslag van goederen die over de hele wereld werden verspreid.

Bijna alles werd over water aangevoerd. In die tijd werd een veel grotere stroom goederen met menskracht door de Amsterdamse grachten vervoerd,

dan vandaag zelfs maar mogelijk is met vrachtauto’s.

 

De bevoorrading van de Amsterdamse binnenstad zou vandaag de dag zelfs met trekschuiten kunnen worden uitgevoerd.

Die zouden er met alle files op de weg niet eens veel méér tijd voor nodig hebben dan vrachtwagens.

 

Canal Company heeft onlangs 9 elektrisch aangedreven sloepjes aangeschaft voor passagiersvervoer, die ieder minstens een ton vracht kunnen laden.

Een vloot van die sloepjes zou bijna alle vrachtwagens in de binnenstad overbodig kunnen maken.

Na een geleidelijke overschakeling zou op termijn de hele grachtengordel gesloten kunnen worden voor voertuigen boven een bepaald gewicht.

Ook SUV’s zouden daarmee uit de binnenstad geweerd kunnen worden.

Milieuvervuiling, file’s, overvolle wegen en schade aan funderingen van historische gebouwen, het zijn allemaal gewichtige redenen om functioneel gebruik van onze vaarwegen serieus te overwegen als alternatief. De winst voor het milieu en voor ons historisch erfgoed die hier te behalen valt is onschatbaar.

 

Ieder initiatief voor vrachtvervoer te water in Amsterdam loopt anno 2007 dood op de onwillige bureaucratie van het oppermachtige Gemeentelijk Bureau Binnenwaterbeheer, dat voornamelijk haar eigen gemakzuchtige belangen behartigt.

 

Daar zou een Groen-Linkse wethouder van binnenwaterbeheer toch eigenlijk iets aan moeten doen. 

We wachten met spanning op uw antwoord, dat we hier zeker openbaar zullen maken.

Met vriendlijke groeten,

 

Jan Blom

Grachtenjournalist

8 april 2007

 

“Op de bloemenmarkt aan het Singel wordt van nu af aan alleen nog kwaliteit verkocht”

 

Dat meldde een grote kop in het Parool van afgelopen zaterdag.

De heren marktkooplieden hebben daartoe zelfs een convenant gesloten. Ze hebben gezamenlijk beloofd dat ze nooit meer rotte bollen aan toeristen zullen verkopen.

 

Als je zo’n stukje goed leest, dan komt dat neer op een forse schuldbekentenis. In feite geven de bollenboeren van het Singel er mee toe, dat ze tot op heden de kluit massaal belazerd hebben Anders was zo’n convenant toch helemaal niet nodig geweest?

 

Hoe onze wereldberoemde drijvende bloemenmarkt aan het Singel is verworden tot een karikatuur van zichzelf, heb ik elders beschreven in:  “Varende seringenboom” (16 april 2006)

Als varende Amsterdammer ken ik die markt alleen maar als een langgerekte steenpuist van beton en geblindeerd glas midden in een van onze mooiste middeleeuwse grachten. Die steenpuist is sinds kort beplakt met grote foto’s van de koopwaar die achter die muur staat uitgestald. Denken die kooplui nu werkelijk dat hun bouwsels daar mooier van worden?

 

Ik stel voor dat we met dank aan Wim T. Schippers de Nederlandsche Bank aan het Frederiksplein permanent gaan beplakken met gigantische foto’s van het Paleis voor Volksvlijt. De stad hangt toch al vol met huizenhoge foto´s op steigerdoekreclames. We bouwen de Haringpakkerstoren op in papier-maché, als filmdecor. En tegen de tijd dat we doorkrijgen hoe monsterlijk die nieuwe grafsteengrijze betonblokken zijn die nu op het Westerdokseiland worden opgetrokken, plakken we er foto´s van oude zeilschepen op.  "Amsterdam Fotostad" wordt onze nieuwe slogan op de toeristenfolders.

 

Het plan om het Paleis voor Volksvlijt te herbouwen was mooi, maar volstrekt onhaalbaar. Mijn voorstel om de bloemenmarkt in zijn oude glorie te herstellen kan zonder kosten en met winst voor de gemeente worden gerealiseerd.

 

Als het vroeger druk was op de markt, dan weken de schuiten met bloemen uit naar de andere wal met hun handel.

Met dank aan het Gemeente Archief kan ik laten zien dat in 1905 de markt aan beide zijden van het Singel én op de Muntbrug werd gehouden.

 

Stadsdeel Centrum zou op proef nieuwe afmeervergunningen kunnen afgeven voor open dekschuiten aan de andere kant van het water. Met traditionele marktkramen er op of er vóór, zouden die dan uitsluitend bloemen, planten en tuinartikelen mogen verkopen die over water moeten worden aangevoerd.  

Een gezond en milieuvriendelijk stukje concurrentie voor de verwende luxe kooplui met hun slechte reputatie aan de overkant.

 

 Het Singel bij onze wereldberoemde bloemenmarkt  is een van de lelijkste stukken vaarwater in Amsterdam geworden.

Aan de nu lege overkant zou een nieuw veelkleurig lint van open schuiten vol bloemen en planten kunnen ontstaan.

Met een beetje feestverlichting voor de avond en een paar drijvende terrasjes er tussen, zou dat een attractie zijn waar heel varend Amsterdam op af zou komen,  inclusief 3 miljoen rondvaartpassagiers per jaar. Als vervolgens alle bootjesmensen in Amsterdam aan die kant vanaf het water hun bloemen en planten gaan kopen, dan zou die monsterlijke muur met foto´s wel eens vanzelf kunnen verdwijnen.

 

Langgerekte steenpuist van beton en geblindeerd glas

 

In 1905 werd de markt aan beide zijden van het Singel én op de Muntbrug gehouden

 

In 1955 waren de verlichte bloemenschuiten 's avonds nog een lust voor het oog

 

4 april 2007

 

Aalscholver

 

Aalscholvers zijn geen stadsvogels. Ze zijn vrij schuw en ze komen alleen op plaatsen waar veel vis te vangen is. Rond het IJsselmeer en langs de grote rivieren zijn een paar grote kolonies, maar op de Amsterdamse grachten werden ze zelden gezien. Te vies, te veel lawaai en te weinig vis in het water.

 

In de laatste paar jaar is er veel gebeurd met het water in Amsterdam. Sinds 2005 zijn alle woonboten aangesloten op de stadsriolering en er is een gloednieuw rioolsysteem gebouwd.

De grachten zijn schoner dan ze ooit zijn geweest. Vissen en watervogels vinden er dankbaar een nieuw domein. Zelfs de aalscholver overwint zijn schuwheid voor de lekkere hapjes onder water.

 

Vorig jaar zag ik mijn eerste aalscholver in Amsterdam, op een paal in het Oosterdok. In die typische houding met gespreide vleugels, die ze soms een uur lang kunnen volhouden. Die hele zomer kwam ik hem daar bijna dagelijks tegen op zijn eenzame paal. Ik heb intussen geleerd dat die houding noodzakelijk is  om hun vleugels te drogen na een duik. Alle andere watervogels hebben vet tussen hun veren, maar een aalscholver is drijfnat als hij boven water komt met een vis.

 

Die ene aalscholver moet in de afgelopen winter zijn maatjes hebben ingeseind dat de Amsterdamse grachten tegenwoordig vissersparadijsjes zijn. Dit jaar zie ik ze bijna elke dag, overal in de stad. Vanmiddag dook er een op tussen twee rondvaartboten op de Prinsengracht.

Opvliegen wilde niet lukken in die smalle ruimte. Van een halve meter hoogte ging hij in paniek met een harde plons weer onder water. Jammer genoeg ging het te snel om een camera te pakken, het was een komische film.

 

Reigers, meerkoeten en ganzen zijn in de laatste jaren echte stadsvogels geworden. Hun soms massale aanwezigheid wordt hier en daar zelfs al als ‘plaag’ omschreven. Zou de schuwe aalscholver de volgende kolonisator van ons gemeentewater kunnen worden? Als dat gebeurt, bewijst het in ieder geval dat ons grachtenwater echt schoner wordt.

 

Symbool van schone grachten

 

 

Na zijn paniekduik op de Prinsengracht

3 april 2007

 

Ligplaats

 

De meeste Amsterdamse bootjesmensen hebben een stekkie, liefst zo dicht mogelijk bij huis, waar ze hun bootje veilig kunnen afmeren en aan de wal vastmaken met een ketting of een kabel. Er worden veel bootjes en buitenboordmotoren gestolen.

Een veilige afmeerplek is waardevol.

 

Met een belastingsticker van het BBA mag je met een plezierboot in principe op iedere legale en vrije plek aan de Amsterdamse grachten afmeren. Mijn goede vriend Joop is onlangs verhuisd naar een benedenwoning aan een stil grachtje in Osdorp.

De wal van dat grachtje was schuin en modderig, maar bij zijn achtertuin stak een mooie steiger in het water, waar hij dankbaar zijn boot afmeerde. Na een week kreeg hij bezoek van een boze vorige bewoner, die hem sommeerde om die steiger vrij te maken. Hij had die steiger twee jaar geleden eigenhandig gebouwd en zijn bootje kwam nu uit de winterstalling.

Joop ging naar het stadsdeel om opheldering te vragen. Daar werd hem verteld dat die steiger nooit gebouwd had mogen worden, maar dat hij nu wel werd gedoogd. En dat Joop het volste recht had om zijn boot daar af te meren. Maar als hij ging varen, was er geen enkele manier om zijn ligplaats te beschermen. Opgestaan, plaatsje vergaan.

 

Die regel botst met de belangen van alle bootjesmensen in Amsterdam. Daarom hangt de wallenkant vol met bordjes:  "Ligplaats vrijhouden", "Gereserveerd voor", "Verboden te meren."

Allemaal illegaal, maar gelukkig respecteren de meeste pleziervaarders elkaars plekje langs de wal. De meesten hebben zelf ook zo´n plek die ze koesteren en volhangen met fenders, bordjes en autobanden.

 

Een recent plan van de gemeente om de liggelden te verhogen is gestrand, maar ik vermoed dat heel wat Amsterdamse pleziervaarders bereid zijn om een veelvoud van hun huidige stickertarief te betalen voor een eigen afmeerplek. Daarmee zijn ze nog steeds goedkoper uit dan in een jachthaven ver van huis. Een onaangeboord goudmijntje voor de gemeente, waarmee tegelijk kan worden afgerekend met een ander stukje Amsterdamse bootjesanarchie: die honderden volgeregende halfgezonken bootjes waar we ons collectief voor zouden moeten schamen. (zie 'Gezonken bootjes' 26 maart 2007) Als hun ligplek is geregistreerd en relatief veel geld kost, zullen ze vanzelf verdwijnen of  beter verzorgd worden.

Je ziet in dure jachthavens zelden gezonken boten liggen. 

 

Bordjes in  alle soorten en maten moeten de gekoesterde ligplaatsen beschermen

2 april 2007

 

Protest tegen afmeerverbod beloond

 

De ‘P’ borden zijn weg uit de Jordaangrachten en niemand heeft het nog in de gaten. De laatste stunt van ons oppermachtig en alwetend Bureau Binnenwaterbeheer was een onlangs in de pers met veel bombarie aangekondigd afmeerverbod langs de zuidzijde van alle Jordaangrachtjes. Volgens het BBA worden de grachten te druk bevaren en vormen de geparkeerde bootjes een obstakel voor passerende rondvaartboten. Een BBA ploeg rukte uit om ‘P’ borden te plaatsen. Enkele honderden bootjes moesten verkassen en de Bloemgracht werd leger dan hij ooit geweest was.

 

Maar er kwam heftig protest. De krant stond vol met boze ingezonden brieven. Rondvaartkapitein Meinema woont aan de Bloemgracht. Hij kreeg in Het Parool de gelegenheid om te vertellen wat iedere Jordaanbewoner weet: “behalve in de Lauriergracht varen er zelden rondvaartboten in de Jordaan. Dat afmeerverbod is overbodige, onzinnige willekeur.”

 

Zelfs de BBA komt niet ongestraft aan de heilige afmeerplekjes van het Amsterdamse bootjesvolk en heeft nu stilletjes het hoofd gebogen. De borden zijn weg.

 

Eigenlijk is het weghalen van die borden even zot als het plaatsen er van. In feite geeft de dienst er mee toe, dat een paar honderd mensen zonder enige geldige reden of aanleiding op stang kunnen worden gejaagd door een domme ambtenaar achter een bureau die niet luistert naar zijn eigen buitendienst. Want behalve plezierbootjes zijn de patrouilleboten van het BBA zo ongeveer de enige regelmatige bevaarders van de grachtjes in de Jordaan.

 

 

De borden zijn weg maar de Bloemgracht is nog steeds leeg

 

 

   Archief maart 2007

Home    -     Contact     -   AT5    -    Het Parool    -    De Volkskrant    -     Amsterdam Info    -     Amsterdam.nl    -    Liefya

Copyright © Grachtenjournaal 2007