Zoals dat altijd
gebeurt, kwam het mooiste plannetje voor dit journaal bij toeval
bovendrijven. Liefya wil op Koninginnedag haar kelderbox
leegverkopen. We bespraken de logistiek van een goede verkoopplek en
het vervoer van onze spullen naar die plek.
Met een auto de stad
in is op Koninginnedag bijna onmogelijk.
Er wordt op die dag
heel wat afgezeuld met karretjes en kinderwagens om de beste
verkooplocaties te bevoorraden.
Maar we hebben een
bootje waar we desnoods de complete inhoud van Liefya’s kelderbox in
kunnen vervoeren, dus de oplossing lag voor de hand. Ons mooie
plannetje rolde vanzelf
uit die oplossing: Dolfijntje als eerste
drijvende Vrijmarktkraam. Transportproblemen opgelost, een
eigen stek om te verkopen zonder een stuk straat te hoeven claimen
en als de verkoop tegenvalt hoeven we onze kraam niet af te breken
om en ander plekje te zoeken. En we kunnen zowel varende als lopende
klanten bedienen.
De Bloemenmarkt aan
het Singel is de enige markt in de stad
die nog een beetje
drijft. Aan de achterkant van die markt is een vrijwel lege kade. Op
Koninginnedag zal ons bootje
daar ligplaats kiezen als drijvende Vrijmarktkraam.
Als daar dan nog
tien bootjes met Vrijmarktspullen komen afmeren, dan hebben we de
eerste drijvende Vrijmarkt in Nederland. Als er honderd drijvende
marktkramen naar het Singel komen, zou 30 April 2007 de geboortedag
kunnen worden van een mooie Amsterdamse Koninginnedagtraditie.
Symbolisch zou
daarmee een stukje van de historische functie van onze beroemde
grachten worden hersteld. In onze Gouden Eeuw waren er tientallen
gespecialiseerde drijvende markten in de stad en vrijwel alles werd in die tijd over
water aangevoerd.
Varend Nederland komt op Koninginnedag massaal naar Amsterdam.
Die tienduizenden varende bezoekers zouden met een drijvende Vrijmarkt op onze grachten eindelijk iets anders te doen
krijgen dan dronken worden en lawaai maken.
Per jaar doen drie miljoen bezoekers aan
Amsterdam hun eerste indrukken van onze stad op vanaf een
rondvaartboot.
Wat zie die mensen als ze langs ons
historisch erfgoed varen? Heel veel geparkeerde auto's, geparkeerde
fietsen, vuilniscontainers en halfgezonken bootjes. Als hun uitzicht
op al dat moois tenminste niet wordt belemmerd door die schaftketen
op drijvende betonnen bakken die ze woonboten noemen.
Hiernaast staan een paar plaatjes van
een stukje Prinsengracht zonder woonboten. Tussen al dat gestalde blik en afval zien
we daar een kleine oase. Café Het Molenpad heeft twee
parkeerplaatsen in gebruik rondom een boompje, waar tafeltjes en
stoelen staan voor tientallen mensen die daar dubbel kunnen genieten
van alles wat voorbij komt op en langs de drukste gracht van de
stad.
Dat is en relatieve zeldzaamheid in
Amsterdam. Langs 5 kilometer Prinsengracht zijn 4 terrassen aan het water te vinden waarvan
er slechts
2
bereikbaar zijn per boot. Op de bruggen zijn er nog een paar,
maar die zie je nauwelijks vanaf de gracht en ze zijn onbereikbaar
voor varende klanten. Langs onze andere grachten is het niet veel
beter gesteld.
In Utrecht hebben ze goed begrepen hoe
kostbaar die wallenkant is. Langs de enige mooie gracht die ze daar
hebben zijn zo veel terrassen, dat er een bierboot langs vaart om de
cafés te bevoorraden. De Oude gracht in die stad is juist
door die terrassen een lust voor het oog.
Er liggen tientallen cafés langs de
Prinsengracht in Amsterdam. Stel voor dat die allemaal als het mooi
weer is op een paar
parkeerplaatsen voor hun deur tafeltjes en stoeltjes mogen zetten
voor hun gasten. Als het regent zouden ze dan weer gebruikt kunnen
worden als parkeerplaats. De cafébazen zouden waarschijnlijk graag
de parkeermeters op die kostbare plekken aan de wallenkant gevuld houden
als 'huur' voor hun terrasjes. "I Amsterdam" zou daarmee zonder enige
kosten of moeite weer een stukje
aangenamer worden om naar te kijken.
Er is één eiland in
de stad, dat gewone Amsterdammers alleen van de buitenkant kennen.
De bordjes “verboden
toegang” op die buitenkant zijn nauwelijks zichtbaar, maar niemand
haalt het in zijn hoofd om daar voet aan wal te zetten. Op
Google-earth zit op die locatie een blinde vlek op de foto. Zelfs
vanuit de lucht mogen we er niet naar kijken.
Dat gaat misschien
veranderen. Wethouder Maarten van Poelgeest heeft een prachtig plan
gelanceerd om van het Marine-eiland op Kattenburg een stadspark te
maken. Of het lukt is de vraag want onze Marine is nogal verknocht
aan haar historische geboorteplek.
In de zeventiende
eeuw was de marine veel minder geheimzinnig dan vandaag. Op het
detail van de stadskaart uit 1692 dat hiernaast is afgebeeld, is
duidelijk te zien wat zich allemaal op het eiland afspeelde. De link
eronder leidt naar een pagina waarop een 10 MB afbeelding van de
volledige kaart staat. Voorzover ik weet is dat de mooiste
historische stadsplattegrond van Amsterdam op het internet
Op die oude kaart
kan wethouder van Poelgeest tenminste zien waar hij een park van wil
maken, al was het Marine-eiland in die dagen veel groter dan nu. De
details op die kaart zouden de wethouder misschien kunnen inspireren
om er een maritiem themapark van te maken waar ook een plek is
ingeruimd voor de roemruchte geschiedenis van onze zee-strijdmacht.
Wellicht zouden de onderhandelingen met het ministerie van defensie
over zijn voorstel dan wat soepeler kunnen verlopen.
Het Marine-eiland in 1692. Op: "Historische
stadskaart" staat een 10 MB afbeelding van de volledige
plattegrond.
Met het schaamrood
op de kaken beken ik een grote journalistieke fout. Bij mijn
artikelen over de bloemenmarkt aan het Singel heb ik eerder
verschenen perspublicaties als bron gebruikt zonder de
bloemenhandelaren de gelegenheid te geven tot wederhoor. Dat ga ik
nu goedmaken.
Een beetje geschokt
was ik vanmiddag over mijn gesprek met Maarten Bevaart, die met zijn
vader de enige echte bloemenschuit op de markt exploiteert. Ten
eerste kan ik melden dat die kwestie met verrotte bloembollen ging
om drie handelaars die met hun gesjoemel de reputatie van de hele
markt hebben verpest. Ze zijn meer dan voldoende publiekelijk
terechtgewezen. Verrotte bollen worden aan het Singel niet meer
verkocht.
De schok kwam toen
Maarten mij vertelde hoe die blinde muur aan de achterkant van de
markt is ontstaan. Ik had zelf bedacht dat de megalomane
expansiedrift van verwende marktkooplieden die barrière moest hebben
veroorzaakt. Ik heb ze valselijk beschuldigd. Die muur is jaren
geleden bedacht door de gemeente zelf in een misplaatste poging om
de markt te 'moderniseren'. Het gemeentebestuur gaf ooit opdracht
aan een architect om die de rij Westlandse broeikassen te tekenen
waar we nu nog steeds mee zitten opgescheept.
Geheel in lijn met
dat verhaal was Maarten’s volgende onthulling: die monsterlijke
posters die nu op de achterkant van onze eigen Berlijnse muur
geplakt zijn, waren óók een initiatief van de gemeente. Het
modewoord ‘oppimpen’ zal hier van toepassing zijn. Is dat de enige
manier die onze stadsbestuurders kunnen
bedenken om de achterkant van onze beroemde bloemenmarkt minder
afstotelijk te maken?
Wandelend langs mijn eigen stukje
Amstelkade zag ik vanmorgen de dregboot van BBA langskomen om
gezonken bootjes te lichten. Geen camera op zak deze keer, maar
voorbijganger Antony stond op de brug foto's te maken. Hij mailde
mij vanavond zijn plaatje van de dregboot met een wrak in de
grijper. Dank je wel Antony! Je foto staat hiernaast.
De dregbootschipper heeft geen
eenvoudige taak.
Hij mag pas aan het werk na een
langdurige procedure waarin de booteigenaar veel tijd krijgt om zijn
vaartuig zelf te bergen.
Nesten van meerkoeten verstoren
daarna zijn schema.
Die zijn dol op halfgezonken bootjes
voor hun broedsel en ze zijn beschermd. Om een meerkoetennest is
vorig jaar zelfs een miljoenenproject ter renovatie van een kade zes
weken uitgesteld. Totdat de kleine koetjes kunnen zwemmen mag de
dregbootschipper noch de eigenaar van de broedboot het nest
verstoren. Een paar weken extra uitstel van executie. Daarna
worden de wrakken die honderden, soms duizenden euro's waard zijn,
onherroepelijk vermalen tot schroot.
Antony fotografeerde de dregboot in het
Amstelkanaal met een wrak in de grijper
Dit grachtenjournaal
is ontstaan uit een dagdroom die ik een jaar geleden had terwijl ik
met een seringenboom in mijn bootje van de bloemenmarkt aan het
Singel naar de woning van mijn vriendin aan de Zoutkeetsgracht voer
om haar verjaarscadeau te brengen. Die dagdroom heb ik beschreven op
16 april 2006 in: “Varende seringenboom.”
Dat is het oudste stukje in dit jounaal. Op
8 april van dit jaar heb ik daar een voorstel aan de gemeente
aan toegevoegd om de bloemenmarkt uit te breiden aan de andere kant
van het water met proefvergunningen voor open dekschuiten die daar
bloemen, planten en tuinartikelen mogen verkopen in traditionele
marktkramen. Daardoor zou de markt weer vanaf het water bereikbaar
en veel mooier worden.
Er is een precedent: op een aantal foto’s in
het Gemeentearchief is duidelijk te zien dat de markt vroeger aan
beide zijden van het Singel werd gehouden.
De ‘drijvende’
bloemenmarkt aan het Singel is wereldberoemd, monsterlijk
lelijk en wordt op het internet voornamelijk beschreven als de
ergste ‘tourist trap’ in Amsterdam.
Iedere marktkoopman
in Nederland moet zijn spullen opruimen na de werkdag, maar de
kooplieden van het Singel zijn vrijgesteld (door wie? waarom?). Ze
mochten van de gemeente (BBA dus) in die middeleeuwse gracht een
Berlijnse muur van beton en geblindeerd glas bouwen om hun koopwaar
van houten tulpen, Delftsblauwe tegeltjes en verrotte bloembollen
uitgestald te kunnen laten staan.
Mijn voorstel aan de
gemeente heel concreet:
15 proefvergunningen voor bloemenhandelaars
die met een open dekschuit ligplaats mogen kiezen aan de stille
zijde van het Singel bij de Munt. Op die dekschuiten mogen alleen
bloemen, planten en tuinartikelen worden verkocht die alleen over
water mogen worden aangevoerd. Plus 2 proefvergunningen voor
plaatselijke horecabedrijven voor drijvende terrassen tussen de
bloemenschuiten in, ten behoeve van varende klanten.
Een beetje fotoshoppen toont mijn
dagdroom:
Een opening in die ondoordringbare muur
met mijn
boodschappenbootje ervoor, zodat ik
potgrond kan laden voor mijn tuin..
Als dat voorstel
wordt uitgevoerd, zou een van de lelijkste stukken gracht in de
binnenstad zonder veel moeite kunnen worden omgetoverd tot een van
de mooiste. Het zou de slechte reputatie van de markt langzaam
herstellen met gezonde concurrentie. Varende Amsterdammers zouden
massaal komen kijken naar dit nieuwe fenomeen. De rondvaartboten
zouden dat stuk gracht niet langer mijden. Door het succes van de
‘nieuwe’ bloemenmarkt zouden de kooplui aan de overkant hun Berlijnse muur vrijwillig afbreken om mee te profiteren van die
opbloei.
Mijn voorstel kost
een beetje aan voorzieningen die moeten worden aangebracht en het
levert een beetje op aan leges voor extra vergunningen. Maar het zou
de stad een attractie opleveren van hernieuwd wereldformaat. De
markt staat nog steeds vermeld in alle toeristengidsen over
Amsterdam, maar haar reputatie is tanende. Wereldberoemd maar
doodziek. Een nieuwe impuls die zich richt naar de authentieke
oorsprong van die markt heeft een onschatbare PR waarde voor "I
AMsterdam".
Hopelijk wordt Amsterdam in de toekomst een stukje
bootvriendelijker.
Dit is een citaat uit de volgende e-mail die ik
vandaag ontving:
Hallo beste
mensen van Bootvriendelijk,
Een suggestie
voor jullie bootvriendelijke bedrijven aan het water.
Op de
Sloterkade zit een Dirk vd Broek, je mag er officieel niet
aanleggen, maar er liggen regelmatig binnenvaartschepen, en ook
pleziervaartuigen om even proviand in te slaan.
Binnenwaterbeheer doet er daar ook niet zo moeilijk over. Op
andere plekken op de Kostverlorenvaart doen zij dat wel omdat er
nu eenmaal een afmeerverbod geld.
Verder wil ik
jullie zeggen dat ik de website ontzettend leuk, nuttig en
informatief vind. Ikzelf vaar ook regelmatig door en om
Amsterdam heen, en zie natuurlijk ook alle leuke en minder leuke
dingen. Ik zal in de toekomst dan ook dingen die ik tegenkom en
nog niet op jullie site staan mailen om zo ook een bijdrage te
leveren!
Hopelijk wordt
Amsterdam in de toekomst een stukje bootvriendelijker.
De Dirk aan de Sloterkade had ik
opzettelijk niet genoemd omdat daar een afmeerverbod geldt.
Niet helemaal onterecht, er komen soms heel grote schepen
langs. Er zouden wat faciliteiten gemaakt kunnen worden voor
veilig afmeren op die plek. BBA zou daar verantwoordelijk
voor zijn. Maarten van Poelgeest van GroenLinks is de nieuwe
wethouder van waterbeheer. Ik heb hem onlangs een open brief
gestuurd. Hoe meer mailtjes hij ontvangt over aanlegplaatsen
voor boodschappenbootjes in Amsterdam, des te groter de kans
dat BBA wordt verplicht om daar eindelijk iets aan te gaan
doen. Dus: mailtjes naar wethouder van Poelgeest s.v.p., hoe
meer hoe liever!
Dank je wel voor je compliment.
Mag ik deze correspondentie gebruiken in het
Grachtenjournaal als oproep aan varende Amsterdammers om
hier te melden wat ze verbeterd willen zien? Alle
rapportage van wat er in en om de Amsterdamse grachten
gebeurt is meer dan welkom. Ik hoop nog vaak e-mails van
mijn eerste correspondent Marcel te ontvangen. En van
iedereen die iets te melden heeft over de vaarwegen in
Amsterdam
Hopelijk
wordt Amsterdam in de toekomst een stukje bootvriendelijker.
Een kleine pizzeria
aan het Zuider-Amstelkanaal bij Hotel Okura mag genoemd worden als
een van de eerste boot-viendelijke bedrijven in Amsterdam.
Gevestigd op een brug met een achterdeur aan het water.
In het seizoen staat
die deur open en een bord ernaast vermeldt dat je op het
telefoonnummer 6703884 pizza’s kan bestellen die daar kunnen worden
afgehaald. Dit weekend lagen er weer dikke trossen bootjes afgemeerd
bij die achterdeur, zoals altijd als het mooi weer is. Op de route
van de Nieuwemeersluis naar de Amstel varen op een dag als vandaag
vele honderden bootjes langs die pizzeria. Met bemanningen die tegen
de avond vaak hongerig zijn na een lange dag varen. Met bedroevend
weinig faciliteiten onderweg voor de varende inwendige mens. Apollo
en Okura hotels hebben eigen steigers voor bezoekers, maar voor de
meeste bootjesmensen zijn die ver boven het budget. De pizzabakker van
de Amstelkade heeft dat goed begrepen. Hij is zijn tijd
vooruit.
Naschrift 16 april
Vandaag meerde ik
af bij die pizzeria om de pizzabakker te vertellen dat ik reclame
voor hem maak op het grachtenjournaal.
De schipper van een
ander bootje daar vertelde me dat aan de Oudezijds Achterburgwal in
de bocht ook een pizzeria is die bootjesklanten bedient vanuit een
deur aan het water. Ik ga daar zeker kijken en zal er hier verslag
van doen.
Met dank aan mevrouw Oosting van de PR
afdeling van het Bureau Binnenwaterbeheer Amsterdam kan ik u hier
een paar schrikbarende statistieken melden ter correctie van een
eerder stukje in dit journaal met de titel: "Gezonken bootjes" 26 maart 2007
In 2006 stonden in Amsterdam 9600
pleziervaartuigen geregistreerd. Bureau Binnenwaterbeheer
signaleerde in dat jaar 713 gezonken of halfgezonken vaartuigen.
Dat betekent dat 8 procent van de
booteigenaren in de stad nauwelijks omkijkt naar zijn of haar
drijvende bezit. Uiteindelijk zijn 291 gezonken boten door BBA
gelicht en vernietigd.
Tot in de jaren 70 van de vorige eeuw
werd een flink percentage van de parkeerplaatsen voor auto’s in de
stad bezet door autowrakken. Vooral in West zagen sommige
parkeerterreinen er uit als sloperijen. Dat is verleden tijd.
Parkeerplaatsen in Amsterdam zijn tegenwoordig zo duur,
dat niemand het meer in zijn hoofd haalt
om er een wrak op
te laten staan. Probleem opgelost en de
stad ziet er een stuk prettiger uit.
Dat kan ook op het water en het zou heel
goed zijn voor ons allemaal. Wrakken opgeruimd, miljoenen extra
inkomsten voor de gemeente en een veilige eigen afmeerplek voor al
die varende Amsterdammers die hun boot wél verzorgen en boven water
houden. Misschien blijven er dan zelfs plekken over voor kort parkerende boodschappenbootjes.
Meneer van Poelgeest, mogen we
alstublieft vijf keer zo veel betalen voor de ligplek van onze
bootjes om er een
legitiem bordje met ‘gereserveerd’ op te kunnen hangen?
Een verhaal over
drijvende tuinen in Amsterdam moet eigenlijk beginnen met een
eerbetoon aan de pionier van dit fenomeen. De Amerikaanse kunstenaar
Karl Glűck alias Victor IV alias Bulgar Finn woonde in de jaren
zestig van de vorige eeuw op een woonboot aan de Amstel bij de
Blauwbrug. Rondom die boot had hij met drijfhout, oude scheepsluiken
en touw een idyllisch dorpje gebouwd van vlotten met kleine huisjes
erop. Alles bedekt met een dikke laag stro en gedecoreerd met die
typische Victor IV ikonen waar hij na zijn dood beroemd mee geworden
is. Vol planten en bloemen en bewoond door kippen, eenden, ganzen,
zwanen, geitjes, poezen en soms gasten. Victor beschilderde alles om
zich heen. Kippen hadden oranje veren, poesje een blauwe neus. “Who
needs the Pacific Ocean” stond op een plank aan de buitenkant van
zijn dorp geschilderd. Ernaast stak een hengel met een klomp aan een
touwtje naar buiten voor de rondvaartboten die onophoudelijk de rust
van zijn drijvende paradijsje verstoorden.
“De koning van de
hippies” was in die dagen de topattractie voor de rondvaart. Hij
werd zo genoemd omdat hij blootsvoets door de stad liep en omdat
zelfs de vloer van zijn zwartgeteerde besteleend vol stro lag.
Die klomp was
bedoeld geweest om de rondvaart op afstand te houden, maar tot
Bulgar’s grote verbazing gingen alle kapiteins er geld in stoppen.
“They buy off their invasion of my privacy” was zijn commentaar en
hij had er vrede mee.
In die tijd was ik
schipper op de binnenvaart, met Amsterdam als thuishaven. In de stad
gebruikte ik mijn reddingsvletje om boodschappen te doen. Bulgar’s
vlottendorp werd mijn favoriete aanlegplaats en hij werd een van
mijn meest inspirerende vrienden. Zittend op een baal stro uitkijken
over de Amstel en ademloos luisteren naar zijn onophoudelijke stroom
invallen, grappen, plannen, ideeën en verhalen. Rijke herinneringen
van al meer dan twintig jaar geleden. In juni 1986 verdronk Bulgar
Finn tijdens reparatiewerkzaamheden onder een van zijn vlotten. Op http://www.viktoriv.com
staat zijn levensverhaal. Zijn boot, de Berendina Fennegina, ligt
nog steeds bij de Blauwbrug aan de Amstel maar van zijn vlottendorp
is bijna niets meer over. Hoewel het internationaal erkend werd als
kunstwerk en vergelijkbare bouwsels van zijn hand in buitenlandse
musea staan, zag onze gemeente Bulgar's drijvende dorpje na zijn
dood als rommel die moest worden opgeruimd.
De tijden zijn
veranderd. Drijvende tuinen zijn in de mode.
De gemeente subsidieert
vandaag een eigen netwerk van drijvende tuinen. Gemaakt van stalen
buizen met gaas ertussen, netjes op lange rijen in de gracht.
(wordt vervolgd)
De eerste drijvende tuinen in Amsterdam
Karl Glűck alias Victor IV alias Bulgar Finn in de Amstel
Aan de heer Maarten
van Poelgeest, wethouder Binnenwaterbeheer van Amsterdam
Geachte heer van Poelgeest,
Amsterdam weer bereikbaar maken vanaf
het water lijkt op het eerste gezicht een absurd doel in de
waterrijkste stad ter wereld.
Maar iedereen die langs ons historisch
erfgoed vaart, ziet de stille getuigen van verloedering en anarchie.
Ligplaatsen geclaimd met bordjes en autobanden, zelfgebouwde aanlegsteigers,
honderden gezonken en halfgezonken bootjes en 'ingepikte'
ligplaatsen van verkapte woonboten. Allemaal hoogst illegaal maar al
jarenlang uit gemakzucht gedoogd. Alle afmeerplaatsen langs de
grachten zijn er volledig mee dichtgeslibd.
Mijn bootje is mijn
enige vervoermiddel. Zes meter lang, maar ik heb er al complete
inboedels mee verhuisd.
Ze kan een halve ton
vracht of 7 passagiers vervoeren met een motortje van 6 pk.
Daar heb je op de
weg minstens een SUV voor nodig.
Dertig procent van
Amsterdam is vaarwater. Al het andere verkeer samen moet het doen
met een schamele tien procent.
In de zeventiende
eeuw woonden er meer mensen in Amsterdam dan nu binnen de
grachtengordel in het zelfde gebied.
Er stonden bovendien
meer dan duizend pakhuizen in de stad voor opslag van goederen die
over de hele wereld werden verspreid.
Bijna alles werd
over water aangevoerd. In die tijd werd een veel grotere stroom
goederen met menskracht door de Amsterdamse grachten vervoerd,
dan vandaag zelfs
maar mogelijk is met vrachtauto’s.
De bevoorrading van
de Amsterdamse binnenstad zou vandaag de dag zelfs met trekschuiten
kunnen worden uitgevoerd.
Die zouden er met
alle files op de weg niet eens veel méér tijd voor nodig hebben dan
vrachtwagens.
Canal Company heeft
onlangs 9 elektrisch aangedreven sloepjes aangeschaft voor
passagiersvervoer, die ieder minstens een ton vracht kunnen laden.
Een vloot van die
sloepjes zou bijna alle vrachtwagens in de binnenstad overbodig
kunnen maken.
Na een geleidelijke
overschakeling zou op termijn de hele grachtengordel gesloten kunnen
worden voor voertuigen boven een bepaald gewicht.
Ook
SUV’s zouden daarmee uit de binnenstad geweerd kunnen worden.
Milieuvervuiling,
file’s, overvolle wegen en schade aan funderingen van historische
gebouwen, het zijn allemaal gewichtige redenen om functioneel
gebruik van onze vaarwegen serieus te overwegen als alternatief.
De winst voor het milieu en voor ons historisch erfgoed die hier te
behalen valt is onschatbaar.
Ieder initiatief
voor vrachtvervoer te water in Amsterdam loopt anno 2007 dood op de
onwillige bureaucratie van het oppermachtige Gemeentelijk Bureau
Binnenwaterbeheer, dat voornamelijk haar eigen gemakzuchtige
belangen behartigt.
Daar zou een
Groen-Linkse wethouder van binnenwaterbeheer toch eigenlijk iets aan
moeten doen.
We wachten met
spanning op uw antwoord, dat we hier zeker openbaar zullen maken.
“Op de bloemenmarkt
aan het Singel wordt van nu af aan alleen nog kwaliteit verkocht”
Dat meldde een grote
kop in het Parool van afgelopen zaterdag.
De heren
marktkooplieden hebben daartoe zelfs een convenant gesloten. Ze
hebben gezamenlijk beloofd dat ze nooit meer rotte bollen aan
toeristen zullen verkopen.
Als je zo’n stukje
goed leest, dan komt dat neer op een forse schuldbekentenis. In
feite geven de bollenboeren van het Singel er mee toe, dat ze tot op
heden de kluit massaal belazerd hebben Anders was zo’n convenant
toch helemaal niet nodig geweest?
Hoe onze
wereldberoemde drijvende bloemenmarkt aan het Singel is
verworden tot een karikatuur van zichzelf, heb ik elders beschreven
in: “Varende seringenboom” (16
april 2006)
Als varende
Amsterdammer ken ik die markt alleen maar als een langgerekte
steenpuist van beton en geblindeerd glas midden in een van onze
mooiste middeleeuwse grachten. Die steenpuist is sinds kort beplakt met
grote foto’s van de koopwaar die achter die muur staat uitgestald.
Denken die kooplui nu werkelijk dat hun bouwsels daar mooier van
worden?
Ik stel voor dat we
met dank aan Wim T. Schippers de Nederlandsche Bank aan het
Frederiksplein permanent gaan beplakken met gigantische foto’s van
het Paleis voor Volksvlijt. De stad hangt toch al vol met huizenhoge
foto´s op steigerdoekreclames. We bouwen de Haringpakkerstoren op in
papier-maché, als filmdecor. En tegen de tijd dat we doorkrijgen hoe
monsterlijk die nieuwe grafsteengrijze betonblokken zijn die nu op het Westerdokseiland
worden opgetrokken, plakken we er foto´s van oude zeilschepen op. "Amsterdam
Fotostad" wordt onze nieuwe slogan op de toeristenfolders.
Het plan om het
Paleis voor Volksvlijt te herbouwen was mooi, maar volstrekt
onhaalbaar. Mijn voorstel om de bloemenmarkt in zijn oude glorie te
herstellen kan zonder kosten en met winst voor de gemeente worden gerealiseerd.
Als het vroeger druk
was op de markt, dan weken de schuiten met bloemen
uit naar de andere wal met hun handel.
Met dank aan het
Gemeente Archief
kan ik laten zien dat in
1905 de markt aan beide zijden van het Singel én op de Muntbrug werd
gehouden.
Stadsdeel Centrum
zou op proef nieuwe afmeervergunningen kunnen
afgeven voor open dekschuiten aan de andere kant van het water. Met
traditionele marktkramen er op of er vóór, zouden die dan uitsluitend bloemen,
planten en tuinartikelen mogen verkopen die over water moeten worden
aangevoerd.
Een gezond en milieuvriendelijk stukje
concurrentie voor de verwende luxe kooplui met hun slechte reputatie aan de overkant.
Het
Singel bij onze wereldberoemde bloemenmarkt is een van de lelijkste stukken vaarwater in
Amsterdam geworden.
Aan
de nu lege overkant zou een nieuw veelkleurig lint van
open schuiten vol bloemen en planten kunnen ontstaan.
Met een beetje
feestverlichting voor de avond en een paar drijvende terrasjes er
tussen, zou dat een attractie zijn waar heel varend Amsterdam op af
zou komen, inclusief 3 miljoen rondvaartpassagiers per jaar. Als
vervolgens alle bootjesmensen in Amsterdam aan die kant vanaf het
water hun bloemen en planten gaan kopen,
dan zou die monsterlijke muur met foto´s wel eens vanzelf kunnen
verdwijnen.
Langgerekte steenpuist van beton en
geblindeerd glas
In 1905 werd de markt aan beide zijden
van het Singel én op de Muntbrug gehouden
In 1955 waren de verlichte
bloemenschuiten 's avonds nog een lust voor het oog
Aalscholvers zijn geen
stadsvogels. Ze zijn vrij schuw en ze komen alleen op plaatsen waar
veel vis te vangen is. Rond het IJsselmeer en langs de grote
rivieren zijn een paar grote kolonies, maar op de Amsterdamse
grachten werden ze zelden gezien. Te vies, te veel lawaai en te
weinig vis in het water.
In de laatste paar
jaar is er veel gebeurd met het water in Amsterdam. Sinds 2005 zijn
alle woonboten aangesloten op de stadsriolering en er is een
gloednieuw rioolsysteem gebouwd.
De grachten zijn
schoner dan ze ooit zijn geweest. Vissen en watervogels vinden er
dankbaar een nieuw domein. Zelfs de aalscholver overwint zijn
schuwheid voor de lekkere hapjes onder water.
Vorig jaar zag ik
mijn eerste aalscholver in Amsterdam, op een paal in het Oosterdok.
In die typische houding met gespreide vleugels, die ze soms een uur
lang kunnen volhouden. Die hele zomer kwam ik hem daar bijna
dagelijks tegen op zijn eenzame paal. Ik heb intussen geleerd dat
die houding noodzakelijk is om hun vleugels te drogen na een duik.
Alle andere watervogels hebben vet tussen hun veren, maar een
aalscholver is drijfnat als hij boven water komt met een vis.
Die ene aalscholver
moet in de afgelopen winter zijn maatjes hebben ingeseind dat de
Amsterdamse grachten tegenwoordig vissersparadijsjes zijn. Dit jaar
zie ik ze bijna elke dag, overal in de stad. Vanmiddag dook er een
op tussen twee rondvaartboten op de Prinsengracht.
Opvliegen wilde niet
lukken in die smalle ruimte. Van een halve meter hoogte ging hij in
paniek met een harde plons weer onder water. Jammer genoeg ging het
te snel om een camera te pakken, het was een komische film.
Reigers, meerkoeten
en ganzen zijn in de laatste jaren echte stadsvogels geworden. Hun
soms massale aanwezigheid wordt hier en daar zelfs al als ‘plaag’
omschreven. Zou de schuwe aalscholver de volgende kolonisator van
ons gemeentewater kunnen worden? Als dat gebeurt, bewijst het in
ieder geval dat ons grachtenwater echt schoner wordt.
De meeste
Amsterdamse bootjesmensen hebben een stekkie, liefst zo dicht
mogelijk bij huis, waar ze hun bootje veilig kunnen afmeren en aan
de wal vastmaken met een ketting of een kabel. Er worden veel
bootjes en buitenboordmotoren gestolen.
Een veilige
afmeerplek is waardevol.
Met een
belastingsticker van het BBA mag je met een plezierboot in principe
op iedere legale en vrije plek aan de Amsterdamse grachten afmeren.
Mijn goede vriend Joop is onlangs verhuisd naar een benedenwoning
aan een stil grachtje in Osdorp.
De wal van dat
grachtje was schuin en modderig, maar bij zijn achtertuin stak een
mooie steiger in het water, waar hij dankbaar zijn boot afmeerde. Na
een week kreeg hij bezoek van een boze vorige bewoner, die hem
sommeerde om die steiger vrij te maken. Hij had die steiger twee
jaar geleden eigenhandig gebouwd en zijn bootje kwam nu uit de
winterstalling.
Joop ging naar het
stadsdeel om opheldering te vragen. Daar werd hem verteld dat die
steiger nooit gebouwd had mogen worden, maar dat hij nu wel werd
gedoogd. En dat Joop het volste recht had om zijn boot daar af te
meren. Maar als hij ging varen, was er geen enkele manier om zijn
ligplaats te beschermen. Opgestaan, plaatsje vergaan.
Die regel botst met
de belangen van alle bootjesmensen in Amsterdam. Daarom hangt de
wallenkant vol met bordjes: "Ligplaats vrijhouden",
"Gereserveerd voor", "Verboden te meren."
Allemaal illegaal,
maar gelukkig respecteren de meeste pleziervaarders elkaars plekje
langs de wal. De meesten hebben zelf ook zo´n plek die ze koesteren
en volhangen met fenders, bordjes en autobanden.
Een recent plan van
de gemeente om de liggelden te verhogen is gestrand, maar ik vermoed
dat heel wat Amsterdamse pleziervaarders bereid zijn om een veelvoud
van hun huidige stickertarief te betalen voor een eigen afmeerplek.
Daarmee zijn ze nog steeds goedkoper uit dan in een jachthaven ver
van huis. Een onaangeboord goudmijntje voor de gemeente, waarmee
tegelijk kan worden afgerekend met een ander stukje Amsterdamse
bootjesanarchie: die honderden volgeregende halfgezonken bootjes
waar we ons collectief voor zouden moeten schamen. (zie
'Gezonken bootjes' 26 maart 2007) Als hun ligplek is geregistreerd en relatief veel geld kost, zullen ze
vanzelf verdwijnen of beter verzorgd worden.
Je ziet in dure
jachthavens zelden gezonken boten liggen.
Bordjes in alle soorten en maten
moeten de gekoesterde ligplaatsen beschermen
De ‘P’ borden zijn
weg uit de Jordaangrachten en niemand heeft het nog in de gaten. De
laatste stunt van ons oppermachtig en alwetend Bureau
Binnenwaterbeheer was een onlangs in de pers met veel bombarie
aangekondigd afmeerverbod langs de zuidzijde van alle
Jordaangrachtjes. Volgens het BBA worden de grachten te druk bevaren
en vormen de geparkeerde bootjes een obstakel voor passerende
rondvaartboten. Een BBA ploeg rukte uit om ‘P’ borden te plaatsen.
Enkele honderden bootjes moesten verkassen en de Bloemgracht werd
leger dan hij ooit geweest was.
Maar er kwam heftig
protest. De krant stond vol met boze ingezonden brieven.
Rondvaartkapitein Meinema woont aan de Bloemgracht. Hij kreeg in Het
Parool de gelegenheid om te vertellen wat iedere Jordaanbewoner
weet: “behalve in de Lauriergracht varen er zelden rondvaartboten in
de Jordaan. Dat afmeerverbod is overbodige, onzinnige willekeur.”
Zelfs de BBA komt
niet ongestraft aan de heilige afmeerplekjes van het Amsterdamse
bootjesvolk en heeft nu stilletjes het hoofd gebogen. De borden zijn
weg.
Eigenlijk is het
weghalen van die borden even zot als het plaatsen er van. In feite
geeft de dienst er mee toe, dat een paar honderd mensen zonder enige
geldige reden of aanleiding op stang kunnen worden gejaagd door een
domme ambtenaar achter een bureau die niet luistert naar zijn eigen
buitendienst. Want behalve plezierbootjes zijn de patrouilleboten
van het BBA zo ongeveer de enige regelmatige bevaarders van de
grachtjes in de Jordaan.
De borden zijn weg maar de Bloemgracht is nog steeds leeg