Sluiswachter Rob van de Nieuwemeersluis stuurde mij
vandaag een foto van zijn sluis zoals ik hem nog nooit heb gezien. Hij is
gemaakt
op zondag 26 augustus, de dag van de `Van
Wijk sloepentocht`. Op diezelfde dag was er een waterfeestje op
de Nieuwe Meer, dus het was drukker dan ooit op de sluis. Volgens Rob
waren er 4 schuttingen nodig om al die sloepen de stad uit te loodsen.
`Het was een gezellige drukte zonder
problemen en volgens mij waren de wachttijden niet al te lang,` schreef
hij in het mailtje bij de foto.
In mijn oude schoenendoos met
Greenpeace-foto’s vond ik nog een paar plaatjes, waarvan ik het bestaan
vergeten was. Maar het verhaal bij die foto’s vergeet ik nooit. Dat
verhaal vertelt over de geboorte van de grootste milieuorganisatie ter
wereld.
Tijd: 19 september 1971
Plaats: Kodiak, Alaska, in de vissershaven
Vanuit die haven werkte ik als matroos op de
‘Lucky Island’ van schipper Jim Wickersham. De boot lag in de haven na het
zalmseizoen, we zouden overschakelen naar krabvisserij.
Zoals veel vissers in de haven, was Jim lid
van het plaatselijke “Don’t make a wave committee”
Dat was een organisatie met afdelingen langs
de hele Amerikaanse westkust, die protesteerde tegen een aangekondigde
onderaardse kernproef onder het eilandje Amchitka in de Aleoeten.
De angst van mijn plaatsgenoten voor die
kernproef was begrijpelijk. Amchitka en Kodiak liggen beiden op de San
Andreas Fault, een berucht aardbevingsgebied dat langs de hele westkust
van Amerika loopt. Zeven jaar eerder, in 1964, had een zware aardbeving
met een tsunami het hele stadje met de grond gelijk gemaakt.
“Don’t make a wave” charterde vanuit Vancouver
een oude vissersboot die naar Amchitka zou varen om daar te patrouilleren
in het verboden testgebied. De Phyllis Cormack was omgedoopt tot
“Greenpeace”
Die boot kwam op 19 september de haven van
Kodiak binnenvaren en meerde af naast de “Lucky Island”
Er moest worden gebunkerd en geproviandeerd
voor de zware oversteek naar Amchitka. De bemanning was uitgeput na veel
storm onderweg en er zou een nieuw bemanningslid aan boord komen..
Jim en ik waren als eersten aan boord om ze te
verwelkomen, samen met Art Ziegler, de oprichter van “Don’t make a wave in Kodiak”
Die had de 'Greenpeace' vanuit zijn kaarsenwinkel de haven zien invaren en
was er achteraan gekomen.
We dronken veel inktzwarte koffie in die
kombuis en smeedden plannen voor een betere wereld.
Ziegler ritselde gratis stookolie en proviand,
we organiseerden een benefietfeestje met vissers in het plaatselijk museum
en de Greenpeace kreeg drie dagen later een escorte van bootjes en
toeterende scheepshoorns op haar weg de haven uit.
De Greenpeace werd op 30 september door de
Amerikaanse kustwacht geënterd en opgebracht naar Akutan.
De boot heeft Amchitka nooit bereikt. Pas op 6
november werd de kernproef uitgevoerd. Op die dag was Kodiak uitgestorven
en de haven was bijna leeg.
De gevreesde tsunami kwam niet, maar de wereld
was wakker geschud. Amchitka is nu een vogelreservaat en kernproeven zijn
sindsdien in de VS nooit meer gehouden.
De kiekjes hiernaast zijn nu historische
documenten geworden. De mannen die er op staan afgebeeld hebben
wereldgeschiedenis geschreven.
Hun
eigen geschiedenis is te lezen in de
Greenpeace History
van Rex Wyler, waarin ook de tocht naar Amchitka uitvoerig is beschreven.
Aan het driedaags verblijf van de 'Greenpeace' in Kodiak wijdt hij
twee zinnen. Er gebeurde niets spectaculairs en er was geen enkele foto
van bewaard gebleven.
Totdat ik in mijn Greenpeace schoenendoos ging
zoeken naar die foto op de Rainbow Warrior. Die staat inmiddels als illustratie in mijn bijdrage van
28
augustus 2007
.
Hieronder de mast van de
Phillys Cormack met de vlaggen van de V.S., Canada, Alaska en de eerste,
handgemaakte, Greenpeace vlag.
Uit die drie
middeleeuwse woorden is de naam van onze stad opgebouwd.
De letterlijke
betekenis: “Dam in een watergebied”
Als je een stad
wilt bouwen in een moeras in een regenachtig land, moet je zorgen voor een
goede waterafvoer.
Onze voorouders
hebben vele eeuwen de tijd gehad om te leren hoe je dat moet doen.
Steeds meer
grachten, sluizen en windmolens zorgden ervoor dat steeds meer
Amsterdammers hun voeten droog konden houden in dat moeras. De kroon op
dat werk was de vierde stadsuitleg van 1612, waarmee stadstimmerman
Hendrick Staets onze drie hoofdgrachten op de kaart zette en de
definitieve vorm van onze stad bepaalde.
Amsterdam werd
steeds groter en rijker door een bijkomend voordeel van dat
afwateringssysteem: Je kon er op varen.
Iedere uithoek
van de stad was erdoor verbonden met de havens en daar kwam handel uit de
hele wereld binnen.
Door dat
geniale netwerk van ‘open pijpleidingen’ konden astronomische hoeveelheden
handelsgoederen met spierkracht door de stad worden vervoerd naar tienduizend pakzolders van koopmanshuizen en meer dan duizend pakhuizen.
Als we die prestatie vandaag zouden willen evenaren met vrachtwagens langs
die grachten, zou het verkeer in de hele binnenstad permanent vastlopen.
Een eeuw lang
hebben Amsterdammers kosten noch moeite gespaard om hun waterstad geschikt
te maken voor autoverkeer. Grachten gedempt, historische panden gesloopt,
tunnels gegraven en heel veel beton in de grond gestopt voor ondergrondse
parkeergarages en dergelijke.
Het failliet
van al die pogingen blijkt dit jaar meer dan ooit uit de aanzwellende
stroom krantenkoppen over verkeersinfarcten, files die alsmaar langer
worden en fijnstof, waar mensen van doodgaan. “Amsterdam is onbereikbaar
geworden” lees je overal.
Amsterdam
krijgt grote problemen met een bijkomend nadeel van dat
afwateringssysteem: als je het te weinig ruimte geeft krijg je weer natte
voeten. Gedempte grachten, tunnels en ondergrondse parkeergarages maken
die ruimte kleiner. Dat is niet alleen een Amsterdams probleem.
Afwatering is van levensbelang voor een groot deel van ons land. In de
afgelopen drijfnatte zomer stonden overal in Nederland kelders en tunnels
onder water omdat de afvoercapaciteit tekort schoot.
Daar wordt aan
gewerkt. Overal in Nederland, behalve in Amsterdam.
In onze stad is
de wateroverlast dit jaar toevallig nog wel meegevallen.
In 9 steden
worden op dit moment gedempte grachten uitgegraven. Oude vaarwegen worden
hersteld en polders worden prijsgegeven aan de natuur. Rijkswaterstaat
werkt aan ambitieuze projecten met overloopgebieden en spaarbekkens langs
de rivieren.
Maar Amsterdam
vond 5 miljoen voor het openmaken van een stukje Lijnbaansgracht te duur.
Een open Vijzelgracht paste niet in het bestemmingsplan. Tegen wethouder
Guido Frankfurther’s voorstel om de gedempte Jordaangrachten open te
graven kwam zelfs een protestcomité van winkeliers in actie.
In dat
hoenderhok van middenstandersbelangen is onlangs een forse knuppel
gegooid:
Dat stond boven
een leerzaam artikel van architect Leo Q. Onderwater in NRC Handelsblad.
Een klik op
bovenstaande kop leidt naar een scan van het complete artikel.
Ik hoop dat
alle Amsterdamse gemeentebestuurders die tekst zullen lezen.
In 1980 mocht
ik een paar campagnes van Greenpeace meemaken aan boord van de nu
legendarische eerste “Rainbow Warrior”. In een korte training werd ik
opgeleid tot stuurman op een van de vier Zodiacs op het schip. ‘Mijn’
rubberboot had een Mercury motor van 200 pk.
Bij oefeningen
in rustig water leerden we van eerste stuurman Bruce dat bij hoge
snelheden op zee de kleinste besturingsfout fataal kan zijn. Zelfs een
half onder water drijvend stuk boomstam kan je dood betekenen. Als je het
ding ziet ben je al te laat om te reageren. “You are dead now” was zijn
laconieke standaardreactie op elke navigatiefout.
We zijn een
heleboel keren ‘dood’ geweest voordat we met onze brullende monsters de
zee op mochten.
Maar Bruce had
eerst nog een andere dringende boodschap:
“Op open zee
zijn niet zo veel obstakels. Je speelt er voornamelijk met je eigen leven.
Je mag er zo hard varen als je wilt. Maar in de buurt van de wal en op
binnenwater mag onder geen enkele omstandigheid snel gevaren worden. Daar
wordt je scheurende Zodiac een moordmachine voor alles op zijn koers. Als
je een zwemmer ziet, ben je al te laat om te reageren. We willen geen
mensenlevens op ons geweten hebben.“ Als bewijs voor zijn woorden bracht
Bruce een dikke map met Amerikaanse krantenknipsels mee met "dood door schuld" zaken
van speedboten en zwemmers.
Bij de
opwerkingsfabriek “Cap de la Hague” in Bretagne zou een Japans schip, de
“Pacific Swan” kernafval komen lossen. De “Rainbow Warrior” lag in de
haven van Cherbourg op dat schip te wachten voor een actie.
Na een
solidariteitsdemonstratie in de stad die was georganiseerd door
plaatselijke actievoerders, werd de Rainbow Warrior door de autoriteiten
de haven uitgestuurd in een vliegende storm. Met windkracht 10 maakten we
daarna 15 mijl uit de kust rondjes in het kanaal. De “Specific Swine”
zoals we ons doelwit hadden gedoopt, was een week vertraagd. De storm
duurde die hele week en we moesten regelmatig naar de wal voor proviand en
voor geheim contact met plaatselijke actievoerders. Dus werden iedere dag
twee Zodiacs gelanceerd in golven van 10 meter hoog. De halve bemanning
was zeeziek, dus ik kwam elke keer aan de bak. Ik heb gelukkig nooit last
van zeeziekte. We kregen zes wildwater-avonturen achter elkaar, die
waarschijnlijk niemand van de betrokkenen ooit zal vergeten. Golven waren
bergruggen met bergpassen waar je schuin doorheen kon slippen naar de
volgende bergpas. In een bergdal was het relatief rustig en veilig varen,
maar die muren van water om je heen waren dan zo hoog als flatgebouwen.
Alsof al dat water zo bovenop je kon vallen. Als ik ooit een gevoel van
nietigheid heb gehad was het toen in zo’n bergdal van golven.
In die week
hebben we lessen geleerd, waar Bruce ons niet voor had kunnen trainen.
Mijn vuurdoop was heftiger dan voorzien. In ieder geval heb ik daar goed
geleerd wat je met een speedboot kan doen.
Maar ik heb er
vooral geleerd wat je er niet mee kan en mag doen en waarom. Als je
tenminste niet het risico wilt lopen om mensenlevens op je geweten te
krijgen.
Uw grachtenjournalist in 1980 op de 'Rainbow Warrior' in
Cherbourg
Een formule 1
raceauto voldoet op geen enkele manier aan de voorwaarden van onze
wegenverkeerswet.
Die dingen
worden op de openbare weg in grote vrachtwagens vervoerd en alleen
losgelaten op goed afgeschermde plekken waar ze zich tussen strobalen en
speciale vangrails kunnen uitleven. Zelfs daar gaat het vaak mis, op
Youtube zijn tientallen rampenfilmpjes te vinden waarin je brandende
vehikels en onderdelen de tribunes van de desbetreffende circuits zien
binnenvliegen.
Gelukkig haalt
geen mens het in zijn hoofd om met zo’n apparaat de straat op te gaan,
laat staan een woonerf binnen te rijden.
Dat is gelukkig
streng verboden en bijna onmogelijk.
In en rond
Amsterdam, mag je bijna nergens harder varen dan 7,5 km per uur.
Dat is
woonerf-snelheid. Bedoeld om spelende kinderen, zwemmers, kano’s,
waterfietsen en andere kwetsbare watergebruikers te beschermen. En de
oevers. En de meerkoeten die daar broeden. En de meertouwen van afgemeerde
boten langs die oevers.
Anno 2007 vaart
een gemiddelde speedboot bij vol gas met gemak 50 km per uur.
Met die
snelheid ben je in een Amsterdamse gracht een formule 1 raceauto die
scheurt door een woonerf zonder paaltjes er omheen. Levensgevaarlijk dus.
Hoe vaak dat
gebeurt, bewijst het meldpunt Overlast te Water van BBA. Scheurende
speedboten bezetten een onbetwiste toppositie op die klachtenlijst. Ikzelf
zie er minstens eenmaal per dag een 'vol gas' langsgaan.
Wie
de woorden: ‘overlast speedboten’ intikt op Google krijgt 20 000 pagina's
met klachten.
In de afgelopen
week ging het drie keer mis. Driemaal botste een speedboot met hoge
snelheid ergens tegenaan.
Drie gewonden,
ditmaal alledrie opvarenden van een speedboot.
Op de Nieuwe
Meer waar de gewonden vielen, heb ik op de fatale route van die speedboot
zelf vaak met rustig weer mijn bootje te drijven gelegd om een rondje te
zwemmen.
Veel mensen doen dat, soms zelfs midden op het
meer.
Een vrolijk
stukje video van mijn zwemmende vriendin op die plek bezorgt me nu koude
rillingen en ik word er cynisch van.
Als met die speedboot een zwemmer aan flarden
was gevaren in plaats van de eigen bemanning, dan zouden nu
de regels op
het water worden aangescherpt. Politie en BBA zouden er
misschien een
paar ambtenaren
en een nieuwe
patrouillebootbij krijgen, maar het zou
allemaal weinig helpen. Handhaving van de wet
op zo veel water vergt een politiemacht van tientallen boten en honderden
ambtenaren.
Zolang er niet
wordt gehandhaafd, worden regels massaal overtreden. Onze deskundigen op
het gebied van wegverkeer weten daar alles van.
Ik borduur nog even door op dat scenario:
Na nog veel
meer ongelukken zullen speedboten eerst uit onze grachten, en daarna uit
al ons binnenwater worden geweerd.
Ze horen er
eigenlijk net zomin thuis als raceauto’s op een woonerf.
Uiteindelijk
zullen we weer voor onze rust het water op kunnen gaan.
Ik vraag me nu al af
met hoeveel mensenlevens die rust zal worden betaald.
Bij een aanvaring op de Nieuwe Meer zijn
zondagmiddag drie mensen gewond geraakt.
Even voor 17.00 uur botste een speedboot met hoge snelheid op een
stalen kajuitboot. De drie opvarenden van de speedboot raakten
hierbij gewond. Eén van hen raakte bekneld en is er ernstig aan toe.
Alle gewonden zijn naar een ziekenhuis gebracht.
Op donderdag 23
augustus passeerde ik de Nieuwe Meer tweemaal op een vaartochtje naar
Aalsmeer en terug.
Beide keren kwam ik daar zwemmers tegen, en kinderen in
autobanden en piepkleine speelbootjes. De maximaal toegestane vaarsnelheid
op de Nieuwe Meer is 7,5 km per uur
Wat de
bestuurder van die speedboot afgelopen zondag deed, is te vergelijken met
120 km. per uur rijden door een woonerf met kinderen. Dat is gelukkig op
geen enkel woonerf mogelijk, maar stel voor dat de paaltjes door een
defect een keer verdwenen waren. Dan zou zo’n actie worden gekwalificeerd als
dodelijk en misdadig.
Op het water staan geen paaltjes. Daar moet de
bestuurder van zo’n boot zonder veel controle of obstakels de
zelfdiscipline opbrengen om van zijn boot geen dodelijk wapen te maken.
Die
speedbootbestuurder heeft een straf gekregen die niemand hem zou
toewensen. Hij mag dienen als een trieste halve bevestiging van de volgende
voorspelling die ik dit voorjaar deed:
Vorig jaar zijn
er in Nederland 3 dodelijke ongelukken gebeurd met speedboten en zwemmers.
Het is verboden
om in de Amsterdamse grachten te zwemmen, maar dat weet bijna niemand.
Ik
waag hier een voorspelling. Als er geen afdoende maatregelen worden
genomen om agressief gedrag van speed- en powerboten in onze grachten te
voorkomen, zullen er in de komende warme zomer ook in Amsterdam dodelijke
ongelukken mee gebeuren.
Met een grote
volle maan erboven en mooi weer zag de Amstel bij de Magere brug er
vanavond sprookjesachtig uit. Alle lichtjes van de brug zijn weer
hersteld. Ik voelde me toerist in eigen stad toen ik er onderdoor
voer. De oude dame schittert weer in haar volle glorie. Als
Amsterdam nog blut is, kan je dat aan haar in ieder geval niet meer zien.
(Zie:
20 maart 2007
Amsterdam is blut)
Een
afspraak die ik had op het terrein van
milieudienstverlener Icova
voerde Dolfijntje onlangs diep in het Westelijk havengebied. De Carl
Reijniershaven waar Icova is gevestigd, is een insteek achterin de Jan van Riebeeckhaven,
ongeveer drie kwartier varen vanaf het Centraal Station.
Tot vorig jaar waren de ingangen van alle
grote havens in Amsterdam gemarkeerd met het bekende rood/witte bord dat
betekent: "verboden in te varen" Sinds kort staat daar een bordje onder
met "uitgezonderd bestemmingsverkeer"
Als gast van Icova was ik
bestemmingsverkeer, dus ik passeerde met een gerust geweten het bord bij
de ingang van de Jan van Riebeeckhaven.
Een paar uur later op de terugweg, werd
ik aangehouden door een boot van de havendienst. Ik mocht daar niet varen.
De Havendienstambtenaar erkende dat het nieuwe bordje misleidend is, maar
schreef toch een proces-verbaal.
Volgens hem is het bord een gevolg van
nieuwe Europese richtlijnen maar het invaarverbod geldt nog steeds.
Een
kleine waarschuwing aan alle varende Amsterdammers: Om een Amsterdamse
zeeschepenhaven in te mogen varen moet nog steeds ontheffing worden
aangevraagd. Die nieuwe borden zouden er eigenlijk niet moeten staan. Ze
lijken maar één functie te hebben: verwarring zaaien.
21 augustus 2007
Het hoofdthema van dit grachtenjournaal is
functioneel gebruik van onze grootste rijkdom: het mooiste en meest
efficiënte vaarwegensysteem ter wereld. Volgende week komt op deze plaats
een primeurtje op dat gebied te staan. Ik mag dan aankondigen dat mijn
grootste droom voor de Amsterdamse grachten in een vergevorderd stadium
van vervulling verkeert.
Er rust een embargo op deze primeur, ik kan er
pas over schrijven als de zaak beklonken is.
ik ben te optimistisch geweest over de timing,
waarschijnlijk krijgt u het nieuws pas eind volgende week.
Hiervoor mijn verontschuldigingen, ik zal
nooit meer een primeur aankondigen als ik nog niet zeker ben van de
publicatiedatum.
Hieronder links naar een kleine selectie van
stukjes die ik over dit onderwerp geschreven heb.
In "De
Telegraaf" van vandaag vond ik voor het eerst een artikeltje dat van
belang is voor het grachtenjournaal. Op pagina AT 3 trekken de dames M&M (Marie
Thérèse Roosendaal en Marjolein Schipper) van leer tegen de
speedbootterroristen in de Amsterdamse grachten. Op een manier zoals
alleen vrouwen dat kunnen en hopelijk effectiever dan mijn tirades in
vroegere grachtenjournaals.
Mijn dank M&M! Jullie
tekst is mij uit het hart gegrepen. Hieronder een scan van het complete
artikel.
Mijn dagelijkse
forensenvaartocht begon vanmorgen met een prettige verrassing.
De wrakkenboot
van BBA is langs geweest op de Amstelkade en heeft 95 dagen na mijn
melding het wrak van mijn ligplaatskraker keurig onder Dolfijntje vandaan
gepeuterd en afgevoerd.
Van BBA had ik
eerder vernomen dat een termijn van drie maanden noodzakelijk is voor dit
soort acties. De eigenaar moet de gelegenheid kriijgen om zijn wrak zelf
af te voeren en er is wat tijd nodig voor administratieve verwerking.
Met dank aan
BBA, in dit geval is mijn rapportage zinvol geweest. Ik zag vandaag op
‘mijn’ stukje Amstelkade een paar mensen slepen met halfgezonken bootjes.
Ik vermoed dat er vanmorgen tegelijkertijd een paar nieuwe
‘wrakkenstickers’ zijn uitgedeeld.
Toch zit ik nog
steeds met dat rare gezonken bootje.
Op 1 mei op
mijn vaste ligplek afgemeerd en beveiligd met een kabel. Compleet met
buitenboordmotor en inventaris. Slordig afgedekt met een nieuw dekzeil,
dat was vastgemaakt aan de boot met minstens 20 nieuwe klemmen.
Een maand later
was het dekzeil gescheurd en lag het bootje scheef. Halverwege juni was
hij vol geregend en gezonken. Op 27 juni was mijn melding voor de
wrakkenwet. Een week later kwam een boot van BBA de wrakkensticker
plaatsen en het ding is dus vandaag op 7 augustus afgevoerd.
Drie en een
halve maand lang heeft niemand zich om dat bootje bekommerd. Wie laat een
bezit met een waarde van meer dan 1000 Euro’s zomaar aan zijn lot over? Is
de eigenaar plotseling overleden? Was het bootje gestolen en durfden de
dieven niet meer terug te komen?
Hoe komt het
toch, dat Amsterdam wereldkampioen gezonken bootjes is?
De vaste ligplek van Dolfijntje na drie
maanden weer bruikbaar
De Gay Parade mag natuurlijk niet ontbreken in het
grachtenjournaal, al was het alleen maar om te laten zien hoe druk het
weer was op de Prinsengracht.
Zwart met een witte
snavel en een witte bles (vlekje) boven de snavel. Allemaal precies
hetzelfde, alsof alle meerkoeten identieke tweelingen zijn.
Behalve die
ene in de Amstel.
Met dank aan kapitein
Riekelt van Canalbus kon ik vandaag een paar vrij unieke foto's maken van
een witte koet. Met zwarte vlekjes, maar toch een duidelijk gebleekt exemplaar.
Waarschijnlijk de enige in Amsterdam. Op mijn rondes door de grachten zie
ik er dagelijks honderden, maar die zijn allemaal zwart. Riekelt had die
witte koet vandaag zien zwemmen in de Amstel bij de
woonboot "Victor IV" naast de Blauwbrug.
Pas tegen de avond had ik
tijd om op zoek te gaan, maar het kostte weinig moeite. Een witte meerkoet
in een Amsterdamse gracht is zoiets als een blanke in de binnenlanden van
Afrika. Anders dan alle andere koeten zwom hij of zij een beetje
eenzaam rond achter de "Berendina" aan de Amstel. Precies op de plek
die Riekelt had
aangegeven.
Er zijn er meer. Op het
internet vond ik een mooie foto van Pieter van den Hooven van een
hagelwitte meerkoet
in de buurt van Zwolle. Van Pieter heb ik geleerd dat je aan de breedte
van de bles kan zien of het een mannetje of een wijfje is. Ook nog een
nieuw woord geleerd: mijn meerkoet is leucistisch. Populair gezegd is
dat een albino met donkere ogen.
Het is nog een jonkie. Volgens
de biologen gaat hij of zij een moeilijk leven tegemoet. Meerkoeten zijn
minstens even racistisch als mensen.
Naschrift 1 augustus
Vandaag voer ik driemaal door de Nieuwe
Herengracht tijdens mijn rondvaarten. Iedere keer was de witte koet
present, op hetzelfde hoekje bij de Amstel. Hij blijkt een forse brede
bles te hebben op zijn halfzwarte kop. Als ik mijn ornithologieles op het
internet goed heb geleerd is hij dus een leucistische man. Al mijn
passagiers hebben foto's van hem gemaakt.
Op één punt hebben de ornithologen op het
internet ongelijk. Witkoet heeft een zwarte vriendin, zoals de laatste
foto laat zien. Vandaag waren die twee in ieder geval onafscheidelijk.
Eerst een rectificatie:
het voorstel om de Lijnbaansgracht weer open te graven tot aan het
Leidseplen is een project van de
Stichting Heijmeijer van Heemstede. Walther Schoonenberg van de
Vereniging van Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad stuurde mij de
documentatie, vandaar mijn misvatting.
In minstens acht Nederlanse steden
zijn op dit moment projecten gaande om oude gedempte grachten weer open te
graven.
In Utrecht, Weesp, Sassenheim, Arnhem, Den Bosch,Drachten, Sneek
en Leeuwarden worden
historische vaarwegen hersteld en zelfs Rijkswaterstaat heeft een aantal
projecten om historische vaarwegen te restaureren.
Ondanks al het water dat
we nog hebben, is Amsterdam koploper gedempte grachtenstad van Nederland.
Bij de talloze mislukte
pogingen om de binnenstad geschikt te maken voor autoverkeer zijn,
voornamelijk in de vorige eeuw, 37 historische grachten gedempt.
Dat streven vond zijn
keerpunt in 1955. De toenmalige politiecommissaris Kaasjager lanceerde in
dat jaar een plan om alle Amsterdamse grachten te dempen om er
verkeersaders van te maken. Zijn voorstel werd weggehoond door gemeente en
burgerij, Kaasjager droop af naar Groningen. Daarna zijn in Amsterdam geen
grachten meer gedempt.
Intussen staan onze
grachten op de wereld-erfgoedlijst en is ‘autoluw’ al jarenlang de mantra
van Stadsdeel Centrum. Maar neuzen van geparkeerde auto’s domineren hier
nog steeds het zicht vanaf het water en alle voorstellen om oude grachten
open te graven zijn gestrand.
Onder het Kleine
Gartmanplantsoen loopt de Lijnbaansgracht door tot aan het Leidseplein.
Als de afsluitbalk weg was, zou je er met een kano onderdoor kunnen
varen. “Dak er af en je hebt er een gracht bij,” zou je denken, maar
volgens Els Iping van Stadsdeel Centrum zijn de ondergrondse kademuren in
slechte staat. Ze heeft het voorstel laten doorrekenen en vindt de
uitkomst ‘astronomisch’: het project zou vijf miljoen kosten.
De slechte staat van die
ondergrondse kademuren waag ik in twijfel te trekken. Wie met een bootje
bij die balk gaat liggen en met een handspotlight naar binnen schijnt,
ziet muren die er beter aan toe zijn dan de meeste open kades aan de
Prinsengracht. Geen scheurtje te bekennen.
En dan: astronomisch? Op
een budget van 36 miljoen Euro voor het volledige
“Herinrichtingsproject Leidseplein” is vijf miljoen toch een schijntje?
De Stichting Heijmeijer
van Heemstede heeft een gewijzigd voorstel ingediend, waarbij de gracht
voor de City bioscoop wat smaller wordt en iets meer naar de terrassen
wordt verschoven, zodat de trambaan kan blijven liggen. De oude kademuren
zouden bij dit voorstel toch vervangen moeten worden. Als het plan daarmee
een grotere kans maakt, steun ik het van harte.
Een filmpje van "Typisch NL" TV
over het opengraven van de Singels in Utrecht laat zien dat er op alle
fronten veel te winnen valt met meer water in de stad.
Deze zin uit het
begeleidende artikel zou op zijn minst alle huiseigenaren langs gedempte
Amsterdamse grachten moeten prikkelen:
"Sinds de opening van de gracht is de prijs van
de omringende woningen
flink gestegen."
Het gewijzigde voorstel van de Stichting Heijmeijer
van Heemstede
Een filmpje van "Typisch NL" over het opengraven van de
singels in Utrecht
Op Google-earth zie
je Amsterdam van een jaar geleden. Onze nieuwe bibliotheek staat er
nog op als een diepe bouwput. Dus ik kan op die satellietfoto
natellen dat op ‘mijn’ stukje Amstelkade tussen de bruggen van de
Rijnstraat en de Waalstraat een jaar geleden 38 bootjes afgemeerd
lagen, waarvan 4 gezonken.
Op dit moment liggen
er 66 bootjes in dat stuk water. Daarvan zijn er nu 8 gezonken, de
meesten al meer dan drie maanden.
De wrakkenboot van
BBA is op 19 april van dit jaar voor het laatst op de Amstelkade
langs geweest om gezonken bootjes te ruimen. Op 27 juni heb ik het
wrak dat al sinds begin mei de vaste ligplaats van Dolfijntje
blokkeerde, aangemeld bij BBA.
(Zie: 3 juli
2007 ,Ligplaats gekraakt, kraker gezonken)
Op 4 juli maakte een
passerende BBA boot op mijn verzoek foto’s van het wrak en plaatste
een ‘wrakkensticker’. De 7 andere gezonken bootjes in hetzelfde stuk
Amstelkanaal werden ongemoeid gelaten, daar zit tot vandaag nog geen
sticker op.
Marcel Koopal stuurt
me de volgende ontboezeming over hetzelfde onderwerp:
Verder
wil ik nog even kwijt dat BBA veel zeurt als je even ergens aan een
hekje ligt afgemeerd om een boodschapje te doen, maar niets of
weinig onderneemt tegen al die gezonken bootjes in Amsterdam. Vaak
zitten daar ook nog benzinetankjes in die ook onder water liggen. En
maar zeuren over millieubewust. Ik heb vaak emails gestuurd naar BBA
over lokaties waar al maanden bootjes gezonken liggen, maar men
reageert niet eens! Moeten wij varende Amsterdammers jaarlijks
betalen voor een sticker aan mensen die hun werk niet eens doen? Ik
denk dat iedere Amsterdammer het volgend jaar maar eens heel
solidair niet meer moeten gaan betalen. Als ik namelijk bij mijn
baas mijn werk niet goed doe, vlieg ik ook de laan uit en krijg ik
ook niet betaald!
Groetjes
Marcel
Ik weet
dat BBA gebonden is aan regels en beperkingen bij de uitvoering van
de wrakkenwet.
Maar
volgens de nieuwe milieuwetten zouden boten waarvan de motor en
benzinetank onder water ligt onmiddellijk gelicht moeten worden. Ik
begrijp ook niet waarom dat niet gebeurt.
Met alle
audiovisuele mogelijkheden van het internet is het verleidelijk om
af en toe een videojournaaltje in te voegen.
Op 5 juli, op mijn
dagelijkse rondvaart zagen we op het IJ een grote driemaster onder
zeil langs het Centraal Station varen.
Met maar een
paar sterk gereefde zeilen bij, ging hij in een stevige westenwind
zo hard dat mijn rondvaartboot hem niet kon bijhouden.
Het was de
Stedemaeght, een luxe charterschip uit Kampen, dat normaal 18 zeilen
kan voeren.
Een lust voor het oog, waar ik een korte video van
kon maken.
De videobijdragen in dit journaal zullen met een
worden aangemerkt. Op den duur komt er een apart video-archief, ook
met bijdragen van collega's.
Op 1 mei, na de
drukte van Koninginnedag, kon ik niet meer naar huis met mijn
bootje. Mijn ligplek was gekraakt. Een slordig afgedekte ijzeren
vlet lag aan mijn landvasten tegen mijn fenders, verankerd met een
staalkabel aan mijn afmeerring.
Onder
de huidige regels heb ik geen enkel wettelijk recht op die plek.
Respect voor elkaars ligplaats is een ongeschreven wetje onder
varende Amsterdammers, maar niet iedere booteigenaar is zo beschaafd
om zich daaraan te houden.
‘Dolfijntje’ is mijn
enige vervoermiddel. Een andere afmeerplek in de buurt was er niet.
Die kraker was een probleem. Dolfijntje moest naar de andere kant van
de stad voor een veilige plek en ik moest met het openbaar vervoer
naar mijn werk.
Mei was een maand
met veel wind en regen. De eigenaar van de vlet was spoorloos. Na
een week was het dekzeil gescheurd. Een paar forse regenbuien later
lag de boot scheef. Nog een week later was het achterschip met
buitenboordmotor onder water verdwenen.
Wat mij betreft was
het probleem daarmee
opgelost. De vlet was bijna helemaal onder water verdwenen en hing
alleen nog aan die staalkabel. Zo diep dat ik Dolfijntje er nu
veilig bovenop kan parkeren.
Ik heb er een
testcase van gemaakt voor het grachtenjournaal.
Die vlet ligt nu al
vijf weken onder water, met motor en al. (Zijn daar geen
milieuregels voor?)
Hij is op 27 juni
aangemeld als wrak bij BBA.
Op 4 juli kwam de
BBA boot langs om de “Toepassing Wrakkenwet” sticker te plaatsen.
Mijn rondvaartboot
heeft een bar aan boord. Die bar werd wekelijks met een auto
bevoorraad. Op de drukke Prinsengracht was dat een keuze tussen twee
onprettige mogelijkheden. Je begon met rondjes rijden om een
parkeerplaats in de buurt van de boot te vinden en als dat niet
lukte kon je het getoeter en gescheld uit de file achter de auto
negeren en de straat blokkeren om de kratten met drank te lossen.
Rondsurfend langs
Amsterdams vaarwater op Google Earth, ontdekte ik een maand geleden
toevallig dat de grootste horecagroothandel in Nederland vlakbij een
grote Amsterdamse haven ligt. Horecagigant Hanos is gevestigd aan de
Spaklerweg. Honderd meter van de ingang, aan de overkant van de
Spaklerweg is de Amstelhaven II met een lange openbare loswal.
Sindsdien varen we
eenmaal per week naar Hanos. De drankjes kunnen nu rechtstreeks
vanaf de leverancier aan boord geladen worden. Dat scheelt in ieder
geval één keer kratjes sjouwen van de auto naar de boot. En dát
scheelt een wekelijkse portie stress en frustratie op de
Prinsengracht.
Vorige week lag er
een andere rondvaartboot op mijn laadplek aan de Amstelhaven II. De
schipper vertelde mij dat hij nog een paar collega´s kende, die
regelmatig bij Hanos komen provianderen. Dat leek me een aardig
onderwerp voor een stukje in dit journaal, dus nam ik vandaag een
camera mee op mijn bevoorradingsronde.
Die loswal bij Hanos
ligt aan een openbare weg in een openbare haven waar ik behalve die
ene rondvaartboot nog nooit een andere boot heb zien liggen. Langs
die lege loswal staan nu grote borden met "Verboden aan te meren" er
op. Ik heb mijn boot pal achter zo´n bord afgemeerd om er een foto
van te maken en om boodschappen te gaan doen bij Hanos.
Kan iemand mij
alsjeblieft uitleggen waarom die malle borden langs die lege kade
staan?
Zolang ze niet
worden weggehaald, zal ik iedere week een paar uurtjes in
overtreding zijn. Ik hoop dat ik niet de enige ben.
Hanos is onder de rode stip. De vaarweg er
naartoe vanaf de Amstel is duidelijk zichtbaar.
Verboden aan te meren
Hanos op Google (binnen de rode lijnen.) Amstelhaven
II heb ik blauw gemaakt
Na
een onderbreking van bijna een maand kan het grachtenjournaal
vandaag weer verschijnen. Vanuit een provisorisch kantoortje waar de
ADSL verbinding wordt verzorgd door xs4all.nl. De hoop dat de
verbinding via FIBERWORLD ooit zal worden hersteld hebben we
opgegeven.
De
dagelijkse telefoontjes naar dat bedrijf leverden alleen
ontkenningen en leugens op.
Rondvaart
met watersportland.nl
Al
sinds het eerste stukje in dit journaal (Varende seringenboom, 16 april
2006,) was ik van plan om een keer met een videocamera langs de
achterkant van onze 'drijvende' bloemenmarkt aan het Singel te varen
om te laten zien hoe monsterlijk lelijk dat stukje middeleeuwse
gracht is geworden. Een paar weken geleden werd ik op mijn wenken
bediend: een cameraploeg van 'Watersportland' kwam aan boord van
mijn rondvaarboot om een tochtje door de grachten te filmen. Het
resultaat is deze week op het internet verschenen. Klik op de
plaatjes hiernaast voor links naar die video.
Het
eerste deel bevat fragmenten van een rondvaart door de stad. Een
stukje over de geschiedenis van de rondvaart en over de geschiedenis
van ´De Tourist´, de rondvaartboot waarop ik mijn brood
verdien.
Deel
2 van die video begint bij de bloemenmarkt aan het Singel, gezien
vanaf het water.
Iedere
gemeentebestuurder die iets met onze grachten te maken heeft, zou
dat filmpje moeten zien.
Dankjewel
Watersportland! Jullie hebben mijn symbool van de verloedering van
ons werelderfgoed monsterlijk mooi in beeld gebracht.
Eerdere
artikelen in het grachtenjournaal over de bloemenmarkt aan het
Singel:
Met
excuses aan mijn trouwe lezers, deze aflevering van het
grachtenjournaal gaat niet over bootjes.
In
de afgelopen twee weken werd het journaal hardhandig geconfronteerd
met haar beperkingen.
Op
het internet kun je theoretisch zowat een half miljard mensen
bereiken. Toegang tot dat internet krijg je via een provider. Zolang
die doet wat hij belooft, zijn de mogelijkheden grenzeloos.
Onze
internetprovider heet FIBERWORLD, gevestigd in Heerenveen.
FIBERWORLD
doet niet wat het belooft. Internetverbinding via hun server is
uiterst onbetrouwbaar, klagende klanten worden opgelicht met dure
‘defecte’ telefooncarrousels, medewerkers liegen en het bedrijf is
vrijwel onbereikbaar. Hieronder een kleine selectie uit onze
ervaringen van de laatste weken met deze oplichtersbende:
Drie
dagen geen internetverbinding. Driemaal een uur a 0.70 per minuut
geluisterd naar slechte muziek in de telefooncarrousel van FIBERWORLD’s
helpdesk. Na dik 100 verspilde euro’s in de wachtrij blijkt de
carrousel defect, alleen de lijn naar de verkoopafdeling leidt naar
een levende stem die bits antwoordt dat ik bij de helpdesk moet zijn.
Mijn dreigement met en journalistieke bom onder FIBERWORLD als hij
niet luistert helpt een beetje, deze verkoopmedewerker zal het
uitzoeken. Na nog tien minuten muziek op de telefoonlijn komt hij
terug om te melden dat het aan de bekabeling van mijn netwerk moet
liggen. “De ADSL verbinding is doorgemeten en die werkt goed” zegt
hij.“Als ik een
monteur stuur en de fout ligt bij u, dan gaat het u een hoop geld
kosten” voegt hij daar dreigend aan toe.
Kabels
laten testen, kabels vervangen, niets helpt. Een week later is er nog
steeds geen internetverbinding. “FIBERWORLD liegt, je netwerk is
prima,” adviseert een bevriende expert. “Verhuis je site zo snel
mogelijk naar een fatsoenlijke provider, want dit is bagger.”
Die
verhuizing is aangevraagd, maar het grachtenjournaal is nog minstens
vier weken afhankelijk van
Door
een storing bij onze provider was het Grachtenjournaal noodgedwongen
een week off-line. Hoog tijd om een belofte in te lossen om te
schrijven over een prachtig plan van de Vereniging Vrienden van de
Amsterdamse Binnenstad om de Lijnbaansgracht weer uit te graven tot
aan het Leidseplein.
Er
zijn heel wat plannen geopperd voor de komende herinrichting van het
Leidseplein. Dit is waarschijnlijk het goedkoopste, want die gracht
loopt nog steeds onder het Kleine Gartmanplantsoen door tot aan de
Stadsschouwburg. Bij wegwerkzaamheden in 1978 was dat stukje
Amsterdams water voor de laatste keer zichtbaar.
Een
havenkommetje aan het Leidseplein met terrassen rondom en
afmeergelegenheid voor terrasbezoekers en rondvaartboten.
Een
dood stuk Lijnbaansgracht zou tot leven worden gewekt en daarmee de
andere vaarwegen in de stad een beetje ontlasten.
Een
belofte van Stadsdeel Centrum om al in de vorige regeerperiode
tenminste één gedempte gracht weer open te graven, zou worden
ingelost. De Horeca rondom het plein zal blij zijn met de extra
klandizie en terrasruimte. Voor varende Amsterdammers is ieder nieuw
(en bereikbaar) terras aan het water een verrijking. Het plein zelf
zou zich een beetje kunnen ontworstelen aan de fastfoodcultuur en
wat meer allure en niveau bieden. En tenslotte zou het er allemaal
zo veel mooier en Amsterdamser uitzien, dat alleen daarom al de
Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad alle steun en
aandacht verdient voor haar voorstel.
.
Tot
in de vorige eeuw liep de Lijnbaansgracht door tot aan de
Stadsschouwburg
Bij
graafwerk in 1978 was daarvan een stukje te zien
In
het grachtenjournaal van 16 mei heb ik zonder commentaar een scan
gepubliceerd van
het antwoord dat ik een maand geleden van wethouder Maarten Van
Poelgeest van waterbeheer
ontving
op de open brief aan hem die sinds 10 april op dit grachtenjournaal
staat.
Dat
antwoord is zo verpletterend ambtelijk correct, dat ik er al een
maand lang geen raad mee weet.
Intussen
heb ik geleerd dat de belangstelling van onze wethouder voornamelijk
uitgaat naar een 'slagvaardig' (machtig) stadsgewest en naar de
megabouwprojecten die zo'n gewestelijk bestuur kan doordrammen.
Terwijl
een kwart van alle kantoorruimte in de stad leegstaat, werpt deze
groenlinkse wethouder zich op een
achterhaald, miljardenverslindend Zuidas project dat alleen maar nog
meer overbodige kantoren zal opleveren. Zijn nieuwste wapenfeit
getuigt van dezelfde grootheidswaan.
Ondanks
heftige protesten van bijna alle betrokkenen wil hij woontorens van
150 meter hoogte bouwen bij de Arena.
We hebben het schandaal met de parkeergarage aan het Bos en
Lommerplein nog maar net achter de rug.
In Maastricht en Haarlem vielen vorig jaar balkons spontaan van
woningen af. Bij een beetje harde wind vliegen tegenwoordig overal
in Nederland de gevelplaten van grote nieuwe gebouwen door de lucht.De bouwwereld in Nederland staat nog steeds bol van fraude,
handjeklap en gebrek aan kwaliteitscontrole. Alleen daarom al wordt
zo'n woontoren een levensgevaarlijk onding.
Op
google is bijna alles te vinden wat de wethouder in de laatste jaren
in het openbaar heeft gezegd.
Beheer van ons binnenwater is een deel van zijn portefeulle waar hij
blijkbaar weinig affiniteit mee heeft.
Hij heeft er
nog nooit een woord aan gewijd. Vanuit dat perspectief is zijn
antwoord op mijn open brief echt nieuws, al staat er bijna niets
nieuws in. Zijn opmerking dat "de gemeente wel degelijk
de intentie heeft om het kleinschalig goederenvervoer via het water
te stimuleren" is
zelfs een primeurtje. Op google is over die intentie in ieder geval
niets te vinden.
Eén
ding is zeker: de vijftienduizend bootjesmensen in Amsterdam zullen
van hun nieuwe groenlinkse wethouder
Binnenwaterbeheer
weinig méér kunnen verwachten dan een strengere handhaving van de
regels die de huidige chaos hebben veroorzaakt. Misschien moeten we
een Grachtenpartij oprichten. Alle varende Amsterdammers samen
zouden bij de volgende verkiezingen zonder veel moeite een paar
vertegenwoordigers in de raad kunnen krijgen om hun belangen te
behartigen.
Misschien ligt dan zelfs een eigen varende wethouder Waterbeheer in
het verschiet.
Amsterdamse
bootjesmensen hebben van deze
wethouder
Binnenwaterbeheer weinig goeds te verwachten.
De
oorspronkelijke functie van onze grachten als superefficiënt medium
voor goederenvervoer werd al meer dan honderd jaar geleden
overgenomen door het wegtransport.
Vrachtauto's
waren veel sneller dan boten en konden op veel meer plaatsen komen.
Eigenlijk zat al dat water in Amsterdam alleen maar in de weg.
Politiecommissaris Kaasjager wilde in 1955 zelfs alle grachten
dempen om er Parijse Avenues van te maken. Zijn plan werd weggehoond
en hij ook, maar sindsdien is Amsterdam een van de moeilijkste
steden voor auto's ter wereld geworden. Nog steeds is een kwart van
het stadsoppervlak water en moeten alle auto's samen het doen met
een schamele 10 procent.
Dat
dreigt nu helemaal uit de hand te lopen. Een interne nota van het
ministerie van VROM heeft een beetje paniek gezaaid in onze
media. Volgens die nota raakt de Nederlandse economie in de
komende decennia volledig ontwricht door de voortdurend toenemende
fileproblemen
"Verkeersinfarct
dreigt", "Autoverkeer wordt drama", "Honderden
kilometers file per dag", "Randstad slibt dicht."
.Krantenkoppen
in de Telegraaf, Het Parool en de Volkskrant van de laatste dagen.
De bijbehorende artikelen zijn allemaal pessimistisch over
oplossingen van de congestieproblemen.
Zelfs
van rekeningrijden, het laatste troetelkindje van de overheid, wordt
slechts marginaal resultaat verwacht.
De
Amsterdamse binnenstad is voor goederenvervoer nu al vrijwel
onbereikbaar geworden. Met alle files op de ringwegen hebben
vrachtauto's uren nodig om de stad te bereiken. Binnen de
grachtengordel mogen ze onder strenge beperkingen alleen tussen 9 en
11 uur ''s morgens laden en lossen. Als ze door de files na
'spertijd' in de stad komen, kost dat een volle dag verlies. Alle
voordelen van wegvervoer boven watertransport zijn daarmee
achterhaald en een paar nadelen krijgen steeds meer gewicht: veel
hoger brandstofgebruik en meer milieuvervuiling per ton vervoerd
gewicht.
De
gemeente staat welwillend tegenover initiatieven uit het
bedrijfsleven voor goederentransport over water. Dat blijkt uit het antwoord
dat wethouder Maarten van Poelgeest schreef op mijn open brief aan
hem over dat onderwerp.
Maar
initiatieven moeten vanuit het bedrijfsleven komen.
Aan
de ontwikkeling van een paar initiatieven op dat gebied wordt op dit
moment gewerkt en de signalen zijn hoopvol.
Na
de dodenherdenking op 4 mei ligt het Homomonument aan de Westermarkt
vol bloemen.
Honderd
meter verderop, bij de Leliegracht, is een meerkoetenpaartje druk
bezig met het bouwen van een kleurig nest, met bloemen als
bouwmateriaal. De
rode stip op de bovenste foto toont de locatie van het nest. Tulpen,
narcissen en lelies, stuk voor stuk gejat van het monument, zijn in
elkaar gevlochten tot een nieuw kransje dat niet bestemd is voor
rouw maar voor nieuw leven. Straks komen de koetenkuikens op dat
kransje uit hun ei.
Dit
is mijn laatste stukje over meerkoetennesten voor dit jaar. Ik heb
er tientallen gefotografeerd, een selectie van die foto’s zal
spoedig verschijnen als bijlage van dit journaal.
Rondvaartkapitein/botenfotograaf
Wil Morcus heeft me
zijn reservecamera geleend, dus nu meteen maar een foto die ik al
lang had willen maken.
Het speedbootje op die foto ligt al
maandenlang halfgezonken in de Prinsengracht, uit elkaar gerukt door
hekgolven van scheurende collega's.
Onder de ketting waar het wrak mee aan
de wal hangt, heeft een meerkoet een nest gebouwd. Dat nest blijkt
steviger te zijn dan het bootje zelf.
Het heeft de afgelopen Koninginnedag
doorstaan en er zelfs van geprofiteerd. Voor het feest lagen de
eitjes nog bijna op de waterlijn.
Met zo veel extra afval in de gracht kon
dit koetenpaar een torentje bouwen. Ze zit nu hoog en droog te
broeden.
Voor het nest bij Hotel Pulitzer waar ik
eerder over schreef (24 maart
2007), heeft het ingevlochten fendertje niet geholpen tegen het
geweld van onze varende feestvierders. Weggespoeld en vertrapt, net
als een tiental andere nesten op mijn dagelijkse route door de
grachten.
Meerkoeten zijn beschermde vogels. Om hun
nesten moeten zelfs bouwprojecten worden uitgesteld totdat het
broedsel levensvatbaar is.
Van Gijs de Jong
ontving ik vanmorgen een mail vol goede suggesties en tips die ik
later zal behandelen in dit journaal.
Eén opmerking in
zijn mail zit me dwars.
Daar wil ik eerst
over schrijven:
“De rondvaartboten
gedragen zich regelmatig zeer asociaal.
Wat meer ordening
zou een goede zaak zijn.”
Ik werk zelf al 6
jaar als rondvaartschipper in Amsterdam en ik ken bijna al mijn
collega's. Er zijn uitzonderingen, maar voor de overgrote
meerderheid van de beroepsschippers in Amsterdam heeft de veiligheid
op het water voorrang boven alles. Omdat we allemaal via kanaal 10
op de marifoon met elkaar communiceren zijn wij de ogen en de oren
van de grachten.
Als BBA en
Waterpolitie beter zouden uitluisteren op dat kanaal, zouden ze van
minuut tot minuut weten wat er in Amsterdam op het water gebeurt.
De beroepsvaart
heeft voorrang boven al het overige vaarverkeer. De pleziervaart
beseft vaak niet waarom dat nodig is, ook buiten Amsterdam. Als
voormalig vrachtschipper weet ik uit ervaring dat de meeste
binnenvaartschippers veel arroganter omgaan met hun rechten dan de
rondvaartkapiteins in Amsterdam.
Bovendien: als
collega's in de stad asociaal vaargedrag vertonen, wordt dat
doorgaans via kanaal 10 publiekelijk bestraft.
De meeste
rondvaartschippers zouden BBA en Waterpolitie graag assisteren bij
hun taken, als die diensten beter bereikbaar zouden zijn. Met
marifoons en mobiele telefoons zou dat secondenwerk moeten zijn.
Mijn ervaringen op dit gebied zijn tot nu toe echter bedroevend. Als
ik tijdens mijn werk op kanaal 10 het BBA oproep, krijg ik zelden
antwoord. Telefoonnumers van de bemanningen op de patrouilleboten
zijn geheim, die krijg ik niet van BBA. Ik word verwezen naar het
meldpunt overlast te water. Die telefoonlijn is vrijwel voortdurend
overbelast.
Om als
rondvaartschipper onderweg een calamiteit te melden, moet ik
eigenlijk mijn boot vol passagiers stilleggen om rustig te kunnen
uitzoeken hoe ik tot de bevoegde autoriteiten kan doordringen. Voor
de meeste schippers is dat onmogelijk dus ze doen een melding op
kanaal 10 en varen verder. Dan weten de collega's tenminste wat er
aan de hand is.
Als experiment heb
ik een keer drie dagen lang tweemaal per dag het BBA opgeroepen om
te melden dat de doorvaart midden onder een brug werd belemmerd
door een boot die daar aan één touw was vastgemaakt. Pas na de derde
dag was de boot weg. Antwoord op mijn 6 oproepen aan BBA heb ik
nooit gekregen, misschien heeft iemand anders dat bootje daar
weggehaald.
Ons grachtenwater
wordt steeds schoner, de verleiding om er op warme dagen in te
springen wordt steeds groter.
Op Koninginnedag heb
ik een paar voorproefjes gezien van wat ons in een komende warme
zomer te wachten kan staan. Zwemmende mensen en scheurende
speedboten in overvolle grachten. Vorig jaar zijn er in Nederland 3
dodelijke ongelukken gebeurd met speedboten en zwemmers. Het is
verboden om in de Amsterdamse grachten te zwemmen, maar dat weet
bijna niemand.
Ik waag hier een
voorspelling. Als er geen afdoende maatregelen worden genomen om
agressief gedrag van speed- en powerboten in onze grachten te
voorkomen, zullen er in de komende warme zomer ook in Amsterdam
dodelijke ongelukken mee gebeuren.
Onze Gemeente
zou één ambtenaar kunnen aanstellen die permanent uitluistert op
kanaal 10 en meldingen van calamiteiten doorgeeft aan de bevoegde
instanties.
Met die ene
ambtenaar en met een beetje overleg tussen de rondvaartbedrijven en
de overheid, zou de veiligheid op de vaarwegen in de stad sterk
verbeterd kunnen worden.
Een aparte ambtenaar
is misschien te duur maar ik denk ook dat er makkelijk vrijwilligers
te vinden zijn om dat werk te doen. Langs onze hele kust zijn
vrijwillige reddsdingsbrigades actief. Een grachtenbrigade onder de
hoede van het BBA zou hier een mooie en soms levensreddende taak
kunnen krijgen om het communicatiegat te vullen tussen varende
Amsterdammers en de bevoegde instanties.
Op dit moment hebben
in Amsterdam Gemeentepolitie, RP te water en BBA taken op het water.
Een behulpzame official van de RP had vorige week een half uur nodig
om me uit te leggen wie waar verantwoordelijk voor is. Ik had de
indruk dat hij het zelf ook niet allemaal wist.
Wat meer ordening
zou hier een goede zaak zijn
Mijn camera ligt nog
op de bodem van het Singel.
(zie: 1
mei 2007 "Terreur van speedboten verpest Koninginnedag op het
water")
Tot zaterdag zal het Grachtenjournaal
zonder illustraties moeten verschijnen.
Mijn camera ligt nog
op de bodem van het Singel.
(zie: 1
mei 2007 "Terreur van speedboten verpest Koninginnedag op het
water")
Tot zaterdag zal het Grachtenjournaal
zonder illustraties moeten verschijnen.
Mijn camera ligt nog
op de bodem van het Singel.
(zie: 1
mei 2007 "Terreur van speedboten verpest Koninginnedag op het
water")
Terrreur
van speedboten verpest Koninginnedag op het water
Na een lange,
vermoeiende maar fantastische Koninginnedag lag ik te rusten in
de roef van ons bootje.
Plotseling hoorde ik
een paar harde knallen en voelde hoe een enorme golf het bootje
optilde en weer neerkwakte. Daarna lag ik tussen alle omgevallen
dozen met handel naast mijn kooi op de vloer. Door het roefdeurtje
zag ik een speedboot op volle snelheid wegscheuren richting
Koningsplein. Voor de brug was een file op het water, dus daar moest
hij stoppen. Ik greep mijn camera en rende al fotograferend naar die
brug tot hij er onderdoor ging. Aan de andere kant van de brug zat
hij in een file vlak bij de wal, zodat ik close-up foto’s kon maken
van het registratienummer. Daarop sprong een kleerkast van die boot
op de kade, sloeg en schopte mij tegen de grond, rukte mijn camera
uit mijn hand en gooide die in de gracht.
Ik wist niet dat
mijn Liefya met de camera van haar mobiel in de aanslag achter mijn
aan was komen rennen. Toen ze zag dat haar vriendje werd mishandeld
werd ze furieus en gaf mijn aanvaller een ferme schop in zijn kruis.
Dat is mijn redding geweest, als hij zijn gang had kunnen gaan zou
ik nu in het ziekenhuis liggen. Ik ben 63 jaar oud, en hij was zo'n
doorgetrainde vechtmachine van een jaar of dertig. Maar nu was hij binnen een paar
seconden terug op zijn boot en scheurden ze weg.
Ik denk dat het niet
erg slim is om op een dag als Koninginnedag een misdrijf te plegen
vanuit een geregistreerde speedboot.
De politie was
vlakbij en erg hulpvaardig. Getuigen hadden het registratienummer
van de boot al doorgegeven en een omstander blijkt het hele incident
zelfs te hebben gefilmd en de opnamen ter beschikking van de politie
gesteld. De foto’s die Liefya met haar mobiel maakte, staan
hiernaast afgebeeld.
Er lag een lange rij
kleine bootjes met veel kinderen erop langs het Singel. De stoere
stunt van die speedboot had makkelijk ernstige ongelukken kunnen
veroorzaken en heeft al die kinderen in ieder geval een doodsschrik
bezorgd. Bij onze buren vlogen de pizza’s door de kuip en verderop
hoorde ik glaswerk breken.
Naar de knallen te
oordelen moeten veel bootjes om ons heen schade hebben opgelopen en
ook daar zullen de inventarissen door de boten geslingerd zijn.
Tijdens mijn
wandelingen langs de grachten vandaag heb ik te veel van dit soort
incidenten gezien en ook een aantal gefotografeerd als illustratie
van een artikel over te hard varen dat ik ironisch genoeg had
klaarliggen om vandaag te publiceren
Na deze ervaring
denk ik dat de Gemeente misschien een grachtenverbod zou moeten
opleggen voor gevaarlijk vaargedrag van speedboten. Eigenlijk
zouden ze helemaal uit de binnenstad moeten worden geweerd. Er
scheuren langs de grachten toch ook geen raceauto’s rond?
Onderstaande tekst
schreef ik een paar dagen geleden:
7,5 Km.
Wie met een auto te
hard rijdt, maakt pas schade als hij ergens tegenaan botst. Die
opmerking lijkt op het intrappen van een deur die wagenwijd
openstaat.
Maar:
Veel mensen varen
door de Amsterdamse grachten alsof ze autorijden. En als je met een
boot te hard vaart, dan maak je schade aan alles wat je onderweg
tegenkomt.
Niet zo lang geleden
zag ik een grote speedboot op volle snelheid door het Amstelkanaal
scheuren terwijl ik daar met een kleine reparatie aan mijn bootje
bezig was. Ik staakte haastig mijn klus en zocht dekking op de wal
om zijn hekgolf te ontwijken.
Even klonk het alsof
er oorlog was uitgebroken en toen waren twee van de drie (stevige)
meertouwen van mijn bootje geknapt. In het stuk gracht dat ik kon
zien was met nog minstens zes andere boten hetzelfde gebeurd. In de
roef van mijn bootje lag de inhoud van alle kastjes als een brij op
de vloer. Mijn reparatieklus was vernield, ik kon weer opnieuw
beginnen.
Die boot is
waarschijnlijk met dezelfde snelheid van de Nieuwemeersluis naar de
Amstel gevaren. Als ik uitga van wat hij op mijn bootje heeft
aangericht, dan moet hij langs die route voor tienduizenden Euro’s
aan schade hebben veroorzaakt. .
Sinds dat incident
heb ik altijd een kleine filmcamera aan boord. Als ik nog eens een
aso tegenkom die zoiets flikt, dan komt ie op Youtube en een copie
van het filmpje gaat naar BBA. Dan weten alle slachtoffers tenminste
waar ze hun schade kunnen verhalen.
Het was de bedoeling dat op deze plek
een fotoreporage zou verschijnen van onze geslaagde
drijvende vrijmarkt aan het Singel achter de bloemenmarkt.
Helaas is mijn camera gesneuveld.
De laatste foto’s waren bewijzen van ernstig en
levensgevaarlijk wangedrag op het water.
Die liggen nu op de bodem van het Singel.
Hieronder stonden
de foto's die mijn vriendin van de dader kon maken.
Op advies van de
politie heb ik ze verwijderd.
Afdrukken van die
foto's zijn wel naar de recherche gestuurd voor het onderzoek.
De foto hieronder toont
de speedboot gestopt voor een file onder de brug
Zoals dat altijd
gebeurt, kwam het mooiste plannetje voor dit journaal bij toeval
bovendrijven. Liefya wil op Koninginnedag haar kelderbox
leegverkopen. We bespraken de logistiek van een goede verkoopplek en
het vervoer van onze spullen naar die plek.
Met een auto de stad
in is op Koninginnedag bijna onmogelijk.
Er wordt op die dag
heel wat afgezeuld met karretjes en kinderwagens om de beste
verkooplocaties te bevoorraden.
Maar we hebben een
bootje waar we desnoods de complete inhoud van Liefya’s kelderbox in
kunnen vervoeren, dus de oplossing lag voor de hand. Ons mooie
plannetje rolde vanzelf
uit die oplossing: Dolfijntje als eerste
drijvende Vrijmarktkraam. Transportproblemen opgelost, een
eigen stek om te verkopen zonder een stuk straat te hoeven claimen
en als de verkoop tegenvalt hoeven we onze kraam niet af te breken
om en ander plekje te zoeken. En we kunnen zowel varende als lopende
klanten bedienen.
De Bloemenmarkt aan
het Singel is de enige markt in de stad
die nog een beetje
drijft. Aan de achterkant van die markt is een vrijwel lege kade. Op
Koninginnedag zal ons bootje
daar ligplaats kiezen als drijvende Vrijmarktkraam.
Als daar dan nog
tien bootjes met Vrijmarktspullen komen afmeren, dan hebben we de
eerste drijvende Vrijmarkt in Nederland. Als er honderd drijvende
marktkramen naar het Singel komen, zou 30 April 2007 de geboortedag
kunnen worden van een mooie Amsterdamse Koninginnedagtraditie.
Symbolisch zou
daarmee een stukje van de historische functie van onze beroemde
grachten worden hersteld. In onze Gouden Eeuw waren er tientallen
gespecialiseerde drijvende markten in de stad en vrijwel alles werd in die tijd over
water aangevoerd.
Varend Nederland komt op Koninginnedag massaal naar Amsterdam.
Die tienduizenden varende bezoekers zouden met een drijvende Vrijmarkt op onze grachten eindelijk iets anders te doen
krijgen dan dronken worden en lawaai maken.
Per jaar doen drie miljoen bezoekers aan
Amsterdam hun eerste indrukken van onze stad op vanaf een
rondvaartboot.
Wat zie die mensen als ze langs ons
historisch erfgoed varen? Heel veel geparkeerde auto's, geparkeerde
fietsen, vuilniscontainers en halfgezonken bootjes. Als hun uitzicht
op al dat moois tenminste niet wordt belemmerd door die schaftketen
op drijvende betonnen bakken die ze woonboten noemen.
Hiernaast staan een paar plaatjes van
een stukje Prinsengracht zonder woonboten. Tussen al dat gestalde blik en afval zien
we daar een kleine oase. Café Het Molenpad heeft twee
parkeerplaatsen in gebruik rondom een boompje, waar tafeltjes en
stoelen staan voor tientallen mensen die daar dubbel kunnen genieten
van alles wat voorbij komt op en langs de drukste gracht van de
stad.
Dat is en relatieve zeldzaamheid in
Amsterdam. Langs 5 kilometer Prinsengracht zijn 4 terrassen aan het water te vinden waarvan
er slechts
2
bereikbaar zijn per boot. Op de bruggen zijn er nog een paar,
maar die zie je nauwelijks vanaf de gracht en ze zijn onbereikbaar
voor varende klanten. Langs onze andere grachten is het niet veel
beter gesteld.
In Utrecht hebben ze goed begrepen hoe
kostbaar die wallenkant is. Langs de enige mooie gracht die ze daar
hebben zijn zo veel terrassen, dat er een bierboot langs vaart om de
cafés te bevoorraden. De Oude gracht in die stad is juist
door die terrassen een lust voor het oog.
Er liggen tientallen cafés langs de
Prinsengracht in Amsterdam. Stel voor dat die allemaal als het mooi
weer is op een paar
parkeerplaatsen voor hun deur tafeltjes en stoeltjes mogen zetten
voor hun gasten. Als het regent zouden ze dan weer gebruikt kunnen
worden als parkeerplaats. De cafébazen zouden waarschijnlijk graag
de parkeermeters op die kostbare plekken aan de wallenkant gevuld houden
als 'huur' voor hun terrasjes. "I Amsterdam" zou daarmee zonder enige
kosten of moeite weer een stukje
aangenamer worden om naar te kijken.
Er is één eiland in
de stad, dat gewone Amsterdammers alleen van de buitenkant kennen.
De bordjes “verboden
toegang” op die buitenkant zijn nauwelijks zichtbaar, maar niemand
haalt het in zijn hoofd om daar voet aan wal te zetten. Op
Google-earth zit op die locatie een blinde vlek op de foto. Zelfs
vanuit de lucht mogen we er niet naar kijken.
Dat gaat misschien
veranderen. Wethouder Maarten van Poelgeest heeft een prachtig plan
gelanceerd om van het Marine-eiland op Kattenburg een stadspark te
maken. Of het lukt is de vraag want onze Marine is nogal verknocht
aan haar historische geboorteplek.
In de zeventiende
eeuw was de marine veel minder geheimzinnig dan vandaag. Op het
detail van de stadskaart uit 1692 dat hiernaast is afgebeeld, is
duidelijk te zien wat zich allemaal op het eiland afspeelde. De link
eronder leidt naar een pagina waarop een 10 MB afbeelding van de
volledige kaart staat. Voorzover ik weet is dat de mooiste
historische stadsplattegrond van Amsterdam op het internet
Op die oude kaart
kan wethouder van Poelgeest tenminste zien waar hij een park van wil
maken, al was het Marine-eiland in die dagen veel groter dan nu. De
details op die kaart zouden de wethouder misschien kunnen inspireren
om er een maritiem themapark van te maken waar ook een plek is
ingeruimd voor de roemruchte geschiedenis van onze zee-strijdmacht.
Wellicht zouden de onderhandelingen met het ministerie van defensie
over zijn voorstel dan wat soepeler kunnen verlopen.
Het Marine-eiland in 1692. Op: "Historische
stadskaart" staat een 10 MB afbeelding van de volledige
plattegrond.
Met het schaamrood
op de kaken beken ik een grote journalistieke fout. Bij mijn
artikelen over de bloemenmarkt aan het Singel heb ik eerder
verschenen perspublicaties als bron gebruikt zonder de
bloemenhandelaren de gelegenheid te geven tot wederhoor. Dat ga ik
nu goedmaken.
Een beetje geschokt
was ik vanmiddag over mijn gesprek met Maarten Bevaart, die met zijn
vader de enige echte bloemenschuit op de markt exploiteert. Ten
eerste kan ik melden dat die kwestie met verrotte bloembollen ging
om drie handelaars die met hun gesjoemel de reputatie van de hele
markt hebben verpest. Ze zijn meer dan voldoende publiekelijk
terechtgewezen. Verrotte bollen worden aan het Singel niet meer
verkocht.
De schok kwam toen
Maarten mij vertelde hoe die blinde muur aan de achterkant van de
markt is ontstaan. Ik had zelf bedacht dat de megalomane
expansiedrift van verwende marktkooplieden die barrière moest hebben
veroorzaakt. Ik heb ze valselijk beschuldigd. Die muur is jaren
geleden bedacht door de gemeente zelf in een misplaatste poging om
de markt te 'moderniseren'. Het gemeentebestuur gaf ooit opdracht
aan een architect om die de rij Westlandse broeikassen te tekenen
waar we nu nog steeds mee zitten opgescheept.
Geheel in lijn met
dat verhaal was Maarten’s volgende onthulling: die monsterlijke
posters die nu op de achterkant van onze eigen Berlijnse muur
geplakt zijn, waren óók een initiatief van de gemeente. Het
modewoord ‘oppimpen’ zal hier van toepassing zijn. Is dat de enige
manier die onze stadsbestuurders kunnen
bedenken om de achterkant van onze beroemde bloemenmarkt minder
afstotelijk te maken?
Wandelend langs mijn eigen stukje
Amstelkade zag ik vanmorgen de dregboot van BBA langskomen om
gezonken bootjes te lichten. Geen camera op zak deze keer, maar
voorbijganger Antony stond op de brug foto's te maken. Hij mailde
mij vanavond zijn plaatje van de dregboot met een wrak in de
grijper. Dank je wel Antony! Je foto staat hiernaast.
De dregbootschipper heeft geen
eenvoudige taak.
Hij mag pas aan het werk na een
langdurige procedure waarin de booteigenaar veel tijd krijgt om zijn
vaartuig zelf te bergen.
Nesten van meerkoeten verstoren
daarna zijn schema.
Die zijn dol op halfgezonken bootjes
voor hun broedsel en ze zijn beschermd. Om een meerkoetennest is
vorig jaar zelfs een miljoenenproject ter renovatie van een kade zes
weken uitgesteld. Totdat de kleine koetjes kunnen zwemmen mag de
dregbootschipper noch de eigenaar van de broedboot het nest
verstoren. Een paar weken extra uitstel van executie. Daarna
worden de wrakken die honderden, soms duizenden euro's waard zijn,
onherroepelijk vermalen tot schroot.
Antony fotografeerde de dregboot in het
Amstelkanaal met een wrak in de grijper
Dit grachtenjournaal
is ontstaan uit een dagdroom die ik een jaar geleden had terwijl ik
met een seringenboom in mijn bootje van de bloemenmarkt aan het
Singel naar de woning van mijn vriendin aan de Zoutkeetsgracht voer
om haar verjaarscadeau te brengen. Die dagdroom heb ik beschreven op
16 april 2006 in: “Varende seringenboom.”
Dat is het oudste stukje in dit jounaal. Op
8 april van dit jaar heb ik daar een voorstel aan de gemeente
aan toegevoegd om de bloemenmarkt uit te breiden aan de andere kant
van het water met proefvergunningen voor open dekschuiten die daar
bloemen, planten en tuinartikelen mogen verkopen in traditionele
marktkramen. Daardoor zou de markt weer vanaf het water bereikbaar
en veel mooier worden.
Er is een precedent: op een aantal foto’s in
het Gemeentearchief is duidelijk te zien dat de markt vroeger aan
beide zijden van het Singel werd gehouden.
De ‘drijvende’
bloemenmarkt aan het Singel is wereldberoemd, monsterlijk
lelijk en wordt op het internet voornamelijk beschreven als de
ergste ‘tourist trap’ in Amsterdam.
Iedere marktkoopman
in Nederland moet zijn spullen opruimen na de werkdag, maar de
kooplieden van het Singel zijn vrijgesteld (door wie? waarom?). Ze
mochten van de gemeente (BBA dus) in die middeleeuwse gracht een
Berlijnse muur van beton en geblindeerd glas bouwen om hun koopwaar
van houten tulpen, Delftsblauwe tegeltjes en verrotte bloembollen
uitgestald te kunnen laten staan.
Mijn voorstel aan de
gemeente heel concreet:
15 proefvergunningen voor bloemenhandelaars
die met een open dekschuit ligplaats mogen kiezen aan de stille
zijde van het Singel bij de Munt. Op die dekschuiten mogen alleen
bloemen, planten en tuinartikelen worden verkocht die alleen over
water mogen worden aangevoerd. Plus 2 proefvergunningen voor
plaatselijke horecabedrijven voor drijvende terrassen tussen de
bloemenschuiten in, ten behoeve van varende klanten.
Een beetje fotoshoppen toont mijn
dagdroom:
Een opening in die ondoordringbare muur
met mijn
boodschappenbootje ervoor, zodat ik
potgrond kan laden voor mijn tuin..
Als dat voorstel
wordt uitgevoerd, zou een van de lelijkste stukken gracht in de
binnenstad zonder veel moeite kunnen worden omgetoverd tot een van
de mooiste. Het zou de slechte reputatie van de markt langzaam
herstellen met gezonde concurrentie. Varende Amsterdammers zouden
massaal komen kijken naar dit nieuwe fenomeen. De rondvaartboten
zouden dat stuk gracht niet langer mijden. Door het succes van de
‘nieuwe’ bloemenmarkt zouden de kooplui aan de overkant hun Berlijnse muur vrijwillig afbreken om mee te profiteren van die
opbloei.
Mijn voorstel kost
een beetje aan voorzieningen die moeten worden aangebracht en het
levert een beetje op aan leges voor extra vergunningen. Maar het zou
de stad een attractie opleveren van hernieuwd wereldformaat. De
markt staat nog steeds vermeld in alle toeristengidsen over
Amsterdam, maar haar reputatie is tanende. Wereldberoemd maar
doodziek. Een nieuwe impuls die zich richt naar de authentieke
oorsprong van die markt heeft een onschatbare PR waarde voor "I
AMsterdam".
Hopelijk wordt Amsterdam in de toekomst een stukje
bootvriendelijker.
Dit is een citaat uit de volgende e-mail die ik
vandaag ontving:
Hallo beste
mensen van Bootvriendelijk,
Een suggestie
voor jullie bootvriendelijke bedrijven aan het water.
Op de
Sloterkade zit een Dirk vd Broek, je mag er officieel niet
aanleggen, maar er liggen regelmatig binnenvaartschepen, en ook
pleziervaartuigen om even proviand in te slaan.
Binnenwaterbeheer doet er daar ook niet zo moeilijk over. Op
andere plekken op de Kostverlorenvaart doen zij dat wel omdat er
nu eenmaal een afmeerverbod geld.
Verder wil ik
jullie zeggen dat ik de website ontzettend leuk, nuttig en
informatief vind. Ikzelf vaar ook regelmatig door en om
Amsterdam heen, en zie natuurlijk ook alle leuke en minder leuke
dingen. Ik zal in de toekomst dan ook dingen die ik tegenkom en
nog niet op jullie site staan mailen om zo ook een bijdrage te
leveren!
Hopelijk wordt
Amsterdam in de toekomst een stukje bootvriendelijker.
De Dirk aan de Sloterkade had ik
opzettelijk niet genoemd omdat daar een afmeerverbod geldt.
Niet helemaal onterecht, er komen soms heel grote schepen
langs. Er zouden wat faciliteiten gemaakt kunnen worden voor
veilig afmeren op die plek. BBA zou daar verantwoordelijk
voor zijn. Maarten van Poelgeest van GroenLinks is de nieuwe
wethouder van waterbeheer. Ik heb hem onlangs een open brief
gestuurd. Hoe meer mailtjes hij ontvangt over aanlegplaatsen
voor boodschappenbootjes in Amsterdam, des te groter de kans
dat BBA wordt verplicht om daar eindelijk iets aan te gaan
doen. Dus: mailtjes naar wethouder van Poelgeest s.v.p., hoe
meer hoe liever!
Dank je wel voor je compliment.
Mag ik deze correspondentie gebruiken in het
Grachtenjournaal als oproep aan varende Amsterdammers om
hier te melden wat ze verbeterd willen zien? Alle
rapportage van wat er in en om de Amsterdamse grachten
gebeurt is meer dan welkom. Ik hoop nog vaak e-mails van
mijn eerste correspondent Marcel te ontvangen. En van
iedereen die iets te melden heeft over de vaarwegen in
Amsterdam
Hopelijk
wordt Amsterdam in de toekomst een stukje bootvriendelijker.
Een kleine pizzeria
aan het Zuider-Amstelkanaal bij Hotel Okura mag genoemd worden als
een van de eerste boot-viendelijke bedrijven in Amsterdam.
Gevestigd op een brug met een achterdeur aan het water.
In het seizoen staat
die deur open en een bord ernaast vermeldt dat je op het
telefoonnummer 6703884 pizza’s kan bestellen die daar kunnen worden
afgehaald. Dit weekend lagen er weer dikke trossen bootjes afgemeerd
bij die achterdeur, zoals altijd als het mooi weer is. Op de route
van de Nieuwemeersluis naar de Amstel varen op een dag als vandaag
vele honderden bootjes langs die pizzeria. Met bemanningen die tegen
de avond vaak hongerig zijn na een lange dag varen. Met bedroevend
weinig faciliteiten onderweg voor de varende inwendige mens. Apollo
en Okura hotels hebben eigen steigers voor bezoekers, maar voor de
meeste bootjesmensen zijn die ver boven het budget. De pizzabakker van
de Amstelkade heeft dat goed begrepen. Hij is zijn tijd
vooruit.
Naschrift 16 april
Vandaag meerde ik
af bij die pizzeria om de pizzabakker te vertellen dat ik reclame
voor hem maak op het grachtenjournaal.
De schipper van een
ander bootje daar vertelde me dat aan de Oudezijds Achterburgwal in
de bocht ook een pizzeria is die bootjesklanten bedient vanuit een
deur aan het water. Ik ga daar zeker kijken en zal er hier verslag
van doen.
Met dank aan mevrouw Oosting van de PR
afdeling van het Bureau Binnenwaterbeheer Amsterdam kan ik u hier
een paar schrikbarende statistieken melden ter correctie van een
eerder stukje in dit journaal met de titel: "Gezonken bootjes" 26 maart 2007
In 2006 stonden in Amsterdam 9600
pleziervaartuigen geregistreerd. Bureau Binnenwaterbeheer
signaleerde in dat jaar 713 gezonken of halfgezonken vaartuigen.
Dat betekent dat 8 procent van de
booteigenaren in de stad nauwelijks omkijkt naar zijn of haar
drijvende bezit. Uiteindelijk zijn 291 gezonken boten door BBA
gelicht en vernietigd.
Tot in de jaren 70 van de vorige eeuw
werd een flink percentage van de parkeerplaatsen voor auto’s in de
stad bezet door autowrakken. Vooral in West zagen sommige
parkeerterreinen er uit als sloperijen. Dat is verleden tijd.
Parkeerplaatsen in Amsterdam zijn tegenwoordig zo duur,
dat niemand het meer in zijn hoofd haalt
om er een wrak op
te laten staan. Probleem opgelost en de
stad ziet er een stuk prettiger uit.
Dat kan ook op het water en het zou heel
goed zijn voor ons allemaal. Wrakken opgeruimd, miljoenen extra
inkomsten voor de gemeente en een veilige eigen afmeerplek voor al
die varende Amsterdammers die hun boot wél verzorgen en boven water
houden. Misschien blijven er dan zelfs plekken over voor kort parkerende boodschappenbootjes.
Meneer van Poelgeest, mogen we
alstublieft vijf keer zo veel betalen voor de ligplek van onze
bootjes om er een
legitiem bordje met ‘gereserveerd’ op te kunnen hangen?
Een verhaal over
drijvende tuinen in Amsterdam moet eigenlijk beginnen met een
eerbetoon aan de pionier van dit fenomeen. De Amerikaanse kunstenaar
Karl Glűck alias Victor IV alias Bulgar Finn woonde in de jaren
zestig van de vorige eeuw op een woonboot aan de Amstel bij de
Blauwbrug. Rondom die boot had hij met drijfhout, oude scheepsluiken
en touw een idyllisch dorpje gebouwd van vlotten met kleine huisjes
erop. Alles bedekt met een dikke laag stro en gedecoreerd met die
typische Victor IV ikonen waar hij na zijn dood beroemd mee geworden
is. Vol planten en bloemen en bewoond door kippen, eenden, ganzen,
zwanen, geitjes, poezen en soms gasten. Victor beschilderde alles om
zich heen. Kippen hadden oranje veren, poesje een blauwe neus. “Who
needs the Pacific Ocean” stond op een plank aan de buitenkant van
zijn dorp geschilderd. Ernaast stak een hengel met een klomp aan een
touwtje naar buiten voor de rondvaartboten die onophoudelijk de rust
van zijn drijvende paradijsje verstoorden.
“De koning van de
hippies” was in die dagen de topattractie voor de rondvaart. Hij
werd zo genoemd omdat hij blootsvoets door de stad liep en omdat
zelfs de vloer van zijn zwartgeteerde besteleend vol stro lag.
Die klomp was
bedoeld geweest om de rondvaart op afstand te houden, maar tot
Bulgar’s grote verbazing gingen alle kapiteins er geld in stoppen.
“They buy off their invasion of my privacy” was zijn commentaar en
hij had er vrede mee.
In die tijd was ik
schipper op de binnenvaart, met Amsterdam als thuishaven. In de stad
gebruikte ik mijn reddingsvletje om boodschappen te doen. Bulgar’s
vlottendorp werd mijn favoriete aanlegplaats en hij werd een van
mijn meest inspirerende vrienden. Zittend op een baal stro uitkijken
over de Amstel en ademloos luisteren naar zijn onophoudelijke stroom
invallen, grappen, plannen, ideeën en verhalen. Rijke herinneringen
van al meer dan twintig jaar geleden. In juni 1986 verdronk Bulgar
Finn tijdens reparatiewerkzaamheden onder een van zijn vlotten. Op http://www.viktoriv.com
staat zijn levensverhaal. Zijn boot, de Berendina Fennegina, ligt
nog steeds bij de Blauwbrug aan de Amstel maar van zijn vlottendorp
is bijna niets meer over. Hoewel het internationaal erkend werd als
kunstwerk en vergelijkbare bouwsels van zijn hand in buitenlandse
musea staan, zag onze gemeente Bulgar's drijvende dorpje na zijn
dood als rommel die moest worden opgeruimd.
De tijden zijn
veranderd. Drijvende tuinen zijn in de mode.
De gemeente subsidieert
vandaag een eigen netwerk van drijvende tuinen. Gemaakt van stalen
buizen met gaas ertussen, netjes op lange rijen in de gracht.
(wordt vervolgd)
De eerste drijvende tuinen in Amsterdam
Karl Glűck alias Victor IV alias Bulgar Finn in de Amstel
Aan de heer Maarten
van Poelgeest, wethouder Binnenwaterbeheer van Amsterdam
Geachte heer van Poelgeest,
Amsterdam weer bereikbaar maken vanaf
het water lijkt op het eerste gezicht een absurd doel in de
waterrijkste stad ter wereld.
Maar iedereen die langs ons historisch
erfgoed vaart, ziet de stille getuigen van verloedering en anarchie.
Ligplaatsen geclaimd met bordjes en autobanden, zelfgebouwde aanlegsteigers,
honderden gezonken en halfgezonken bootjes en 'ingepikte'
ligplaatsen van verkapte woonboten. Allemaal hoogst illegaal maar al
jarenlang uit gemakzucht gedoogd. Alle afmeerplaatsen langs de
grachten zijn er volledig mee dichtgeslibd.
Mijn bootje is mijn
enige vervoermiddel. Zes meter lang, maar ik heb er al complete
inboedels mee verhuisd.
Ze kan een halve ton
vracht of 7 passagiers vervoeren met een motortje van 6 pk.
Daar heb je op de
weg minstens een SUV voor nodig.
Dertig procent van
Amsterdam is vaarwater. Al het andere verkeer samen moet het doen
met een schamele tien procent.
In de zeventiende
eeuw woonden er meer mensen in Amsterdam dan nu binnen de
grachtengordel in het zelfde gebied.
Er stonden bovendien
meer dan duizend pakhuizen in de stad voor opslag van goederen die
over de hele wereld werden verspreid.
Bijna alles werd
over water aangevoerd. In die tijd werd een veel grotere stroom
goederen met menskracht door de Amsterdamse grachten vervoerd,
dan vandaag zelfs
maar mogelijk is met vrachtauto’s.
De bevoorrading van
de Amsterdamse binnenstad zou vandaag de dag zelfs met trekschuiten
kunnen worden uitgevoerd.
Die zouden er met
alle files op de weg niet eens veel méér tijd voor nodig hebben dan
vrachtwagens.
Canal Company heeft
onlangs 9 elektrisch aangedreven sloepjes aangeschaft voor
passagiersvervoer, die ieder minstens een ton vracht kunnen laden.
Een vloot van die
sloepjes zou bijna alle vrachtwagens in de binnenstad overbodig
kunnen maken.
Na een geleidelijke
overschakeling zou op termijn de hele grachtengordel gesloten kunnen
worden voor voertuigen boven een bepaald gewicht.
Ook
SUV’s zouden daarmee uit de binnenstad geweerd kunnen worden.
Milieuvervuiling,
file’s, overvolle wegen en schade aan funderingen van historische
gebouwen, het zijn allemaal gewichtige redenen om functioneel
gebruik van onze vaarwegen serieus te overwegen als alternatief.
De winst voor het milieu en voor ons historisch erfgoed die hier te
behalen valt is onschatbaar.
Ieder initiatief
voor vrachtvervoer te water in Amsterdam loopt anno 2007 dood op de
onwillige bureaucratie van het oppermachtige Gemeentelijk Bureau
Binnenwaterbeheer, dat voornamelijk haar eigen gemakzuchtige
belangen behartigt.
Daar zou een
Groen-Linkse wethouder van binnenwaterbeheer toch eigenlijk iets aan
moeten doen.
We wachten met
spanning op uw antwoord, dat we hier zeker openbaar zullen maken.
“Op de bloemenmarkt
aan het Singel wordt van nu af aan alleen nog kwaliteit verkocht”
Dat meldde een grote
kop in het Parool van afgelopen zaterdag.
De heren
marktkooplieden hebben daartoe zelfs een convenant gesloten. Ze
hebben gezamenlijk beloofd dat ze nooit meer rotte bollen aan
toeristen zullen verkopen.
Als je zo’n stukje
goed leest, dan komt dat neer op een forse schuldbekentenis. In
feite geven de bollenboeren van het Singel er mee toe, dat ze tot op
heden de kluit massaal belazerd hebben Anders was zo’n convenant
toch helemaal niet nodig geweest?
Hoe onze
wereldberoemde drijvende bloemenmarkt aan het Singel is
verworden tot een karikatuur van zichzelf, heb ik elders beschreven
in: “Varende seringenboom” (16
april 2006)
Als varende
Amsterdammer ken ik die markt alleen maar als een langgerekte
steenpuist van beton en geblindeerd glas midden in een van onze
mooiste middeleeuwse grachten. Die steenpuist is sinds kort beplakt met
grote foto’s van de koopwaar die achter die muur staat uitgestald.
Denken die kooplui nu werkelijk dat hun bouwsels daar mooier van
worden?
Ik stel voor dat we
met dank aan Wim T. Schippers de Nederlandsche Bank aan het
Frederiksplein permanent gaan beplakken met gigantische foto’s van
het Paleis voor Volksvlijt. De stad hangt toch al vol met huizenhoge
foto´s op steigerdoekreclames. We bouwen de Haringpakkerstoren op in
papier-maché, als filmdecor. En tegen de tijd dat we doorkrijgen hoe
monsterlijk die nieuwe grafsteengrijze betonblokken zijn die nu op het Westerdokseiland
worden opgetrokken, plakken we er foto´s van oude zeilschepen op. "Amsterdam
Fotostad" wordt onze nieuwe slogan op de toeristenfolders.
Het plan om het
Paleis voor Volksvlijt te herbouwen was mooi, maar volstrekt
onhaalbaar. Mijn voorstel om de bloemenmarkt in zijn oude glorie te
herstellen kan zonder kosten en met winst voor de gemeente worden gerealiseerd.
Als het vroeger druk
was op de markt, dan weken de schuiten met bloemen
uit naar de andere wal met hun handel.
Met dank aan het
Gemeente Archief
kan ik laten zien dat in
1905 de markt aan beide zijden van het Singel én op de Muntbrug werd
gehouden.
Stadsdeel Centrum
zou op proef nieuwe afmeervergunningen kunnen
afgeven voor open dekschuiten aan de andere kant van het water. Met
traditionele marktkramen er op of er vóór, zouden die dan uitsluitend bloemen,
planten en tuinartikelen mogen verkopen die over water moeten worden
aangevoerd.
Een gezond en milieuvriendelijk stukje
concurrentie voor de verwende luxe kooplui met hun slechte reputatie aan de overkant.
Het
Singel bij onze wereldberoemde bloemenmarkt is een van de lelijkste stukken vaarwater in
Amsterdam geworden.
Aan
de nu lege overkant zou een nieuw veelkleurig lint van
open schuiten vol bloemen en planten kunnen ontstaan.
Met een beetje
feestverlichting voor de avond en een paar drijvende terrasjes er
tussen, zou dat een attractie zijn waar heel varend Amsterdam op af
zou komen, inclusief 3 miljoen rondvaartpassagiers per jaar. Als
vervolgens alle bootjesmensen in Amsterdam aan die kant vanaf het
water hun bloemen en planten gaan kopen,
dan zou die monsterlijke muur met foto´s wel eens vanzelf kunnen
verdwijnen.
Langgerekte steenpuist van beton en
geblindeerd glas
In 1905 werd de markt aan beide zijden
van het Singel én op de Muntbrug gehouden
In 1955 waren de verlichte
bloemenschuiten 's avonds nog een lust voor het oog
Aalscholvers zijn geen
stadsvogels. Ze zijn vrij schuw en ze komen alleen op plaatsen waar
veel vis te vangen is. Rond het IJsselmeer en langs de grote
rivieren zijn een paar grote kolonies, maar op de Amsterdamse
grachten werden ze zelden gezien. Te vies, te veel lawaai en te
weinig vis in het water.
In de laatste paar
jaar is er veel gebeurd met het water in Amsterdam. Sinds 2005 zijn
alle woonboten aangesloten op de stadsriolering en er is een
gloednieuw rioolsysteem gebouwd.
De grachten zijn
schoner dan ze ooit zijn geweest. Vissen en watervogels vinden er
dankbaar een nieuw domein. Zelfs de aalscholver overwint zijn
schuwheid voor de lekkere hapjes onder water.
Vorig jaar zag ik
mijn eerste aalscholver in Amsterdam, op een paal in het Oosterdok.
In die typische houding met gespreide vleugels, die ze soms een uur
lang kunnen volhouden. Die hele zomer kwam ik hem daar bijna
dagelijks tegen op zijn eenzame paal. Ik heb intussen geleerd dat
die houding noodzakelijk is om hun vleugels te drogen na een duik.
Alle andere watervogels hebben vet tussen hun veren, maar een
aalscholver is drijfnat als hij boven water komt met een vis.
Die ene aalscholver
moet in de afgelopen winter zijn maatjes hebben ingeseind dat de
Amsterdamse grachten tegenwoordig vissersparadijsjes zijn. Dit jaar
zie ik ze bijna elke dag, overal in de stad. Vanmiddag dook er een
op tussen twee rondvaartboten op de Prinsengracht.
Opvliegen wilde niet
lukken in die smalle ruimte. Van een halve meter hoogte ging hij in
paniek met een harde plons weer onder water. Jammer genoeg ging het
te snel om een camera te pakken, het was een komische film.
Reigers, meerkoeten
en ganzen zijn in de laatste jaren echte stadsvogels geworden. Hun
soms massale aanwezigheid wordt hier en daar zelfs al als ‘plaag’
omschreven. Zou de schuwe aalscholver de volgende kolonisator van
ons gemeentewater kunnen worden? Als dat gebeurt, bewijst het in
ieder geval dat ons grachtenwater echt schoner wordt.
De meeste
Amsterdamse bootjesmensen hebben een stekkie, liefst zo dicht
mogelijk bij huis, waar ze hun bootje veilig kunnen afmeren en aan
de wal vastmaken met een ketting of een kabel. Er worden veel
bootjes en buitenboordmotoren gestolen.
Een veilige
afmeerplek is waardevol.
Met een
belastingsticker van het BBA mag je met een plezierboot in principe
op iedere legale en vrije plek aan de Amsterdamse grachten afmeren.
Mijn goede vriend Joop is onlangs verhuisd naar een benedenwoning
aan een stil grachtje in Osdorp.
De wal van dat
grachtje was schuin en modderig, maar bij zijn achtertuin stak een
mooie steiger in het water, waar hij dankbaar zijn boot afmeerde. Na
een week kreeg hij bezoek van een boze vorige bewoner, die hem
sommeerde om die steiger vrij te maken. Hij had die steiger twee
jaar geleden eigenhandig gebouwd en zijn bootje kwam nu uit de
winterstalling.
Joop ging naar het
stadsdeel om opheldering te vragen. Daar werd hem verteld dat die
steiger nooit gebouwd had mogen worden, maar dat hij nu wel werd
gedoogd. En dat Joop het volste recht had om zijn boot daar af te
meren. Maar als hij ging varen, was er geen enkele manier om zijn
ligplaats te beschermen. Opgestaan, plaatsje vergaan.
Die regel botst met
de belangen van alle bootjesmensen in Amsterdam. Daarom hangt de
wallenkant vol met bordjes: "Ligplaats vrijhouden",
"Gereserveerd voor", "Verboden te meren."
Allemaal illegaal,
maar gelukkig respecteren de meeste pleziervaarders elkaars plekje
langs de wal. De meesten hebben zelf ook zo´n plek die ze koesteren
en volhangen met fenders, bordjes en autobanden.
Een recent plan van
de gemeente om de liggelden te verhogen is gestrand, maar ik vermoed
dat heel wat Amsterdamse pleziervaarders bereid zijn om een veelvoud
van hun huidige stickertarief te betalen voor een eigen afmeerplek.
Daarmee zijn ze nog steeds goedkoper uit dan in een jachthaven ver
van huis. Een onaangeboord goudmijntje voor de gemeente, waarmee
tegelijk kan worden afgerekend met een ander stukje Amsterdamse
bootjesanarchie: die honderden volgeregende halfgezonken bootjes
waar we ons collectief voor zouden moeten schamen. (zie
'Gezonken bootjes' 26 maart 2007) Als hun ligplek is geregistreerd en relatief veel geld kost, zullen ze
vanzelf verdwijnen of beter verzorgd worden.
Je ziet in dure
jachthavens zelden gezonken boten liggen.
Bordjes in alle soorten en maten
moeten de gekoesterde ligplaatsen beschermen
De ‘P’ borden zijn
weg uit de Jordaangrachten en niemand heeft het nog in de gaten. De
laatste stunt van ons oppermachtig en alwetend Bureau
Binnenwaterbeheer was een onlangs in de pers met veel bombarie
aangekondigd afmeerverbod langs de zuidzijde van alle
Jordaangrachtjes. Volgens het BBA worden de grachten te druk bevaren
en vormen de geparkeerde bootjes een obstakel voor passerende
rondvaartboten. Een BBA ploeg rukte uit om ‘P’ borden te plaatsen.
Enkele honderden bootjes moesten verkassen en de Bloemgracht werd
leger dan hij ooit geweest was.
Maar er kwam heftig
protest. De krant stond vol met boze ingezonden brieven.
Rondvaartkapitein Meinema woont aan de Bloemgracht. Hij kreeg in Het
Parool de gelegenheid om te vertellen wat iedere Jordaanbewoner
weet: “behalve in de Lauriergracht varen er zelden rondvaartboten in
de Jordaan. Dat afmeerverbod is overbodige, onzinnige willekeur.”
Zelfs de BBA komt
niet ongestraft aan de heilige afmeerplekjes van het Amsterdamse
bootjesvolk en heeft nu stilletjes het hoofd gebogen. De borden zijn
weg.
Eigenlijk is het
weghalen van die borden even zot als het plaatsen er van. In feite
geeft de dienst er mee toe, dat een paar honderd mensen zonder enige
geldige reden of aanleiding op stang kunnen worden gejaagd door een
domme ambtenaar achter een bureau die niet luistert naar zijn eigen
buitendienst. Want behalve plezierbootjes zijn de patrouilleboten
van het BBA zo ongeveer de enige regelmatige bevaarders van de
grachtjes in de Jordaan.
De borden zijn weg maar de Bloemgracht is nog steeds leeg
Iedereen doet heel
enthousiast over die nieuwe vrachttram in Amsterdam. Ik heb er nog
nergens kritische woorden over gevonden. Toch had ik al vorig jaar,
bij de eerste lancering van het plan, ernstige bedenkingen die nog
steeds overeind staan.
Zo’n vrachttram
heeft een eigen gewicht van 30 ton en kan niet veel meer dan 10 ton
vracht vervoeren. Die verhouding is in feite absurd. Er moet vele
malen meer energie worden opgewekt om 40 ton gewicht elektrisch te
laten rijden, dan voor een diesel-vrachtwagentje met 10 ton lading.
Het enige voordeel is dat de veel grotere vervuiling elders
plaatsvindt, bij de elektriciteitscentrale.
Ik voer vandaag met
de rondvaartboot op de Amstel onder de Hogesluisbrug door, terwijl
zo’n city-cargo tram over de brug denderde. Alle gasten aan boord in
een korte shock, zoals altijd onder een brug waar een tram overheen
rijdt. Een stad die op modder staat is eigenlijk niet geschikt voor
zware voertuigen. Dat weten alle bewoners van huizen waar trams en
vrachtwagens dicht langs rijden.
Bij het Amstel
Hotel kwamen we een van de eerste city-hopper sloepjes van Canal
Company tegen. (zie 'City Hopper',
28 maart 2007). Ik
bedacht me op dat moment, dat diezelfde 10 ton vracht met gemak in
twee van die nieuwe elektrische sloepjes zou passen. Die zouden dan
geruisloos en trillingvrij met relatief kleine elektromotortjes op
veel meer plaatsen dan de tram hun goederen kunnen afleveren.
Superzuinig, schoon en zonder enige belasting van het overvolle
wegennet.
Er
is één, nota bene
Amerikaans, bedrijf dat onze grachten gebruikt waar ze voor
bedoeld zijn. Bij koeriersbedrijf DHL hebben ze ontdekt dat de
combinatie van vrachtboten en fietsen de snelste manier is om in
Amsterdam pakjes rond te brengen. De knalgele “Hollands Glorie” van
DHL vaart al enige jaren haar rondjes door de stad met fietsen,
pakjes en een compleet kantoor aan boord.
Amsterdam bezit het mooiste vaarwegennet
ter wereld en we leven in een tijd van grote milieu en
verkeersproblemen. Door alle files op de weg zou lokaal
vrachtvervoer over water anno 2007 niet alleen veel zuiniger, maar
ook vaak sneller zijn dan wegtransport. Tijd voor een
heroverweging?.
De City-Cargo tram dendert met 40 ton
gewicht door de straten
DHL is het enige bedrijf dat onze
grachten gebruikt waar ze voor bedoeld zijn
De schrik van iedere Amsterdamse
pleziervaarder. Ze drijven niet en ze zinken niet. Net als kwallen
zweven ze bijna onzichtbaar nét onder het wateroppervlak, klaar om
toe te slaan bij iedere passerende buitenboordmotor. Plop, plop,
plop en de schipper moet zenuwachtig naar een veilig plekje
manoeuvreren, arm in het koude water steken en dan trekken en
wroeten om die troep uit de schroef te krijgen.
Bij de gemeenteraad van San Francisco in
de V.S. hebben ze uitgerekend dat alle supermarkten in die stad
samen per jaar een slordige 800 miljoen plastic boodschappentasjes
gratis aan hun klanten meegeven. Een overbodige enorme berg
onafbreekbaar afval, die relatief veel geld kost om te verwerken.
Daar gaan ze iets aan doen. San Francisco wordt de eerste
plastic-boodschappentassenvrije stad ter wereld. De supermarkten
daar mogen van nu af aan alleen nog tassen van papier en andere
afbreekbare materialen aanbieden.
Bovenstaand bericht vond ik vanmorgen op
CNN. Vanmiddag maakte ik deze foto van het water voor Hotel Pulitzer
aan de Prinsengracht. Als de Amsterdamse gemeenteraad het goede
voorbeeld van San Francisco zou volgen, dan zou dat in ieder geval
dankbaarheid, steun en stemmen opleveren van vele duizenden
bootjesmensen in de stad, nog afgezien van de overduidelijke
milieuwinst die hier te behalen valt.
Canal Company directeur Felix Guttmann
verdient een prijs voor milieubewust ondernemen. Rondvaartboten die
op aardgas varen, een programma voor sponsoring van plaatselijke
goede doelen en nu zijn jongste bijdrage aan milieuvriendelijk
openbaar vervoer in de stad: de 'Canal Hoppers'. Een vloot van 9
elektrisch aangedreven open sloepen die, voorlopig in het weekend,
op de vaste routes van Canalbus gaan varen.
Een aanwinst voor het
watervervoer in de stad!
Hopelijk zullen de routes van Canal Hopper
in de toekomst ook door die kleine grachtjes leiden, waar de normale
rondvaart niet kan komen. Kromboomssloot, Oudezijds
Achterburgwal en de Jordaangrachten hebben ook veel moois te bieden.
Nog niet zo lang geleden waren er in
Amsterdam vijf supermarkten met een ingang aan een gracht waar je
met een bootje kon afmeren om boodschappen te doen.
Dirk van den Broek aan de Motorkade in
Noord was bekend bij alle Nederlandse binnenschippers. Die voeren
vanuit de Houthaven met vletjes helemaal naar Noord om te
provianderen voor de reis. Veel goedkoper dan de parlevinker en met
zo'n vletje kon je zonder veel gesjouw een berg boodschappen naar je
schip brengen. In die tijd heb ik geleerd hoe veel praktischer het
is om met een bootje boodschappen te doen in Amsterdam.
Dirk verhuisde naar een onbereikbare
locatie voor bootjes.
Een paar andere bootvriendelijke
supermarkten sloten hun deuren en uiteindelijk was de Oer-Dirk aan
de Bilderdijkstraat de laatste in de stad. Die had een achteringang
aan de Bilderdijkkade die al door veel varende shoppers ontdekt was.
Helaas heeft Dirk vorig jaar die
achteringang gesloten voor het publiek en er een personeelsingang
van gemaakt. Zodat we vandaag wéér honderden meters moesten sjouwen met
loodzware boodschappentassen om van de ene kant van die Dirk naar
de andere te komen.
Meneer Dirk, als u een beetje hart hebt
voor uw varende klanten, zou daar dan misschien een mouw aan te
passen zijn? We zouden in dit journaal graag willen aankondigen, dat
Dirk van den Broek weer bootvriendelijk is. Als daar wat publiciteit
aan gegeven werd, zou dat in ieder geval in de zomer een flinke
stroom extra klanten kunnen opleveren.
Voor de winkelende bootjesbezitters in
Amsterdam willen we in dit journaal een inventarisatie maken van
bedrijven die het predikaat 'bootvriendelijk' verdienen. Voor tips
en commentaar kunt u terecht bij Amsterdam Bootvriendelijk
Amsterdammers
zorgen slecht voor hun bootjes.
Volgens het Bureau Binnenwaterbeheer worden per jaar rond 400
gezonken en halfgezonken bootjes als wrakken gelicht en vernietigd.
De meeste zijn alleen vol-geregend met de buitenboordmotor er
nog op en onder water een complete inventaris. Per boot een waarde
van honderden en soms duizenden euro's, in het najaar nonchalant
achtergelaten door mensen die in de koude tijd even vergeten dat ze
een bootje hebben. Dat komt ze meestal duur te staan, bootje
lichten, schoonmaken en repareren van winterschade kost veel meer
tijd en geld dan een beetje regelmatig onderhoud.
Toeristen op rondvaartboten varen
verbijsterd langs die wrakkenvloot.
Onbedoeld dragen al die nonchalante
booteigenaren bij aan de instandhouding van een beschermde
vogelsoort: de meerkoeten. Bijna alle halfgezonken bootjes in de
stad zijn in het voorjaar gekraakt door een jong gezin.
Meerkoetenmannen bevechten elkaar om takjes en afval te draperen op
alles wat nog net boven water uitsteekt. Per jaar worden in
Amsterdam minstens 300 meerkoetennesten uitgebroed op halfgezonken
bootjes.
De meerkoet van Hotel Pulitzer zit weer
te broeden op haar vaste stek, op een prachtige verzameling takjes,
plastic zakken, bekertjes en ander afval. Dit jaar heeft ze zelfs
een heuse stootwil aan haar nest geknoopt om haar eitjes te
beschermen tegen al die langsvarende rondvaartboten.
Buiten de stad bouwen meerkoeten
imposante vlechtwerken van riet als nest, maar Amsterdamse
koeten zijn prima aangepast aan het stadsleven. Ze planten zich
voort met veel dank aan onze slechte gewoontes.
Al het afval dat ze op het water
tegenkomen wordt zorgvuldig ingevlochten met takjes, cassettetape,
rood-wit politielint en touw, tot vuilnisbeltjes waar ze als zwarte
koninginnetjes bovenop zitten. Ik heb zelfs een keer een nest
gezien, waar een Baccarat roos ingevlochten zat.
De honderden halfgezonken plezierbootjes
die na iedere winter door de stad verspreid liggen, zorgen in het
voorjaar voor veel koetengeluk. Makkelijke opstap laag boven het
water voor het nest en een binnenbadje waar de koters veilig in
kunnen leren zwemmen.
Diezelfde avond maakte ik de foto
hiernaast van de Magere brug. De "most famous bridge in Amsterdam"
is goed voor drie miljoen toeristenfoto's per jaar.
Die brug is het symbool van de stad, het
meest herkenbare object voor iedere buitenlandse bezoeker. Zoals de
Eiffeltoren dat is voor Parijs en het vrijheidsbeeld voor New York.
En 's avonds, met de lichtjes aan, was de Magere brug de meest romantische plek in de stad. Achtergrond voor ontelbare trouwfoto's, modereportages
en
huwelijksaanzoeken
Verleden tijd, want wie nu in de avond
naar het symbool van onze stad kijkt, ziet een verrot gebit. De
kapotte lampjes zijn niet te tellen. Ze worden al maandenlang niet
meer vervangen.
Ook elders in de stad is het droevig
gesteld met de verlichting rondom het water. Alleen bij de 7
bruggetjes van de Reguliersgracht is vorig jaar nieuwe verlichting
aangebracht,
in discokleuren. Het lijkt alsof de
Gemeentelijke Dienst voor Verlichting van Bruggen daarna is
opgeheven. Ik geneer me de laatste tijd, om 's avonds met
buitenlandse gasten te varen. Vanaf het water lijkt Amsterdam op
veel plaatsen op een derdewereldstad. We zijn blut en alle
toeristen moeten dat zien.
De Magere brug nu,
symbool van een derdewereldstad
16 april 2006 - Dit stukje
schreef ik een jaar geleden. Intussen is de muur beplakt met foto's
van de voorkant van de markt (onderste foto's)
Varende
seringenboom
Het seringenboompje op het balkon van
mijn vriendin heeft de afgelopen winter niet overleefd. Voor haar verjaardag wil ik haar
verrassen met een stevige nieuwe boom. Ik ga op zoek naar een tuincentrum in de
buurt van bereikbaar vaarwater. Mijn boodschappenbootje heeft al
vaker goede diensten bewezen bij het vervoer van lastige objecten in
Amsterdam. Liefya woont op Prinseneiland. Ik zie mezelf al door het
Westerdok tuffen met een bloeiende sering op de voorplecht. Ze zou
haar cadeau vanaf haar balkonnetje al van ver kunnen zien naderen.
Tuincentra hebben allemaal grote
parkeerplaatsen voor auto’s. Ze verkopen planten, struiken, bomen,
complete tuinhuisjes en nog veel meer dingen die niet in een
auto passen. Maar in onze stad met het meeste vaarwater ter
wereld is geen enkel tuincentrum bereikbaar voor dat meest logische
vervoermiddel voor al dat spul: een bootje.
De bloemenmarkt aan het Singel dan.
Wereldberoemd, maar de laatste tijd vooral negatief in het nieuws.
Er was een schandaaltje met verrotte bloembollen die aan toeristen
werden verkocht. En dan de marktkooplui die actie voeren om andere
dingen dan bloemen en planten te mogen verkopen. Moet ik mijn
seringenboompje vinden tussen houten tulpen en Delfts blauw?
Er is geen alternatief. Ik vaar onder de
Muntbrug door naar die onneembare muur van beton en geblindeerd glas
waar bloemen en planten achter moeten staan. Een enkele oude
dekschuit ligt ingeklemd tussen al dat beton en glas . Het enige
stukje van onze beroemde drijvende bloemenmarkt waar je vanaf het
water kan zien wat er plaatsvindt. Door een hek op de schuit zie ik
planten en boompjes staan. Maar het hek zit vastgeschroefd en kan
niet open. De bloemenman op de schuit wijst me een gaatje verderop
in de muur, een stukje wallenkant waar mijn bootje precies in zou
passen als het er niet ondiep zou zijn: een halve meter van de kant
loopt de kiel vast. Er staat een hek op de wal waar rijen fietsen
tegenaan staan, maar na een wiebelige klimpartij loop ik even later
tussen het groen. Het aanbod valt mee, er zijn seringen in diverse
prijzen. Maar de dekschuit verdient mijn solidariteit. Die
bloemenman is de laatste der mohikanen. Hij doet gelukkig niet mee
met de waan van de dag. Hij verkoopt alleen bloemen en planten op
een echte schuit en daar staat zowaar een mooie sering tussen. Niet
goedkoop, maar hij overtuigt me van de kwaliteit en biedt me aan de
boom met een steekwagen naar mijn bootje te brengen. Hij vertelt ook
dat het hek aan de waterkant vroeger wel open kon. In een ingeving
doe ik hem een voorstel. “Maak een poort in dat hek en hang
bloembakken aan de waterkant. Zorg dat de pleziervaart kan afmeren,
leg desnoods een pontonnetje neer en ik zorg dat je varende klanten
krijgt.”
De bloemenmarkt aan het Singel is in
1874 opgericht door de gemeentelijke dienst voor het marktwezen.
Dekschuiten vol planten langs de wal, marktkramen met bloemen op de
kade. Al in de negentiende eeuw was de markt beroemd. Het lint van
kleuren langs de eeuwenoude gracht bij de Munttoren werd afgebeeld
en bezongen door grote kunstenaars Veel mooie schilderijen en foto’s
uit die tijd getuigen van een adembenemend stukje Amsterdam..
De roem van de markt bestaat vandaag
eigenlijk alleen nog maar in de toeristengidsen. De rondvaartboten
(met 3 miljoen passagiers per jaar) mijden dat stuk gracht omdat het
zo lelijk is. Ook pleziervaart komt er nauwelijks. Iedereen ergert
zich aan die Berlijnse Muur in het water, maar we zijn er aan
gewend. Alleen onze buitenlandse gasten vragen zich verbaasd af
welke ambtenaar zo veel smeergeld heeft ontvangen om deze
monsterlijke verkrachting van stedenschoon toe te staan.
Terug op mijn bootje, omringd door
seringengeur, heb ik een dagdroom die best uit zou kunnen komen. Ik
denk aan Wim T. Schippers met zijn prachtige droom om het Paleis
voor Volksvlijt te herbouwen en ik formuleer mijn eigen droom: De
bloemenmarkt herstellen in zijn oude glorie als een watermarkt met
echte schuiten en ouderwetse marktkramen ervoor.
Ik zie een groen gat met bloemen in de
muur, het hek van de laatste dekschuit wijd open met een tros
bootjes langszij die worden beladen met grasplaggen, boompjes,
zakken potgrond en al die andere tuinartikelen die zo makkelijk in
een bootje te vervoeren zijn. Ik zie de betonnen buurman van de
dekschuit jaloers worden om al die nieuwe handel en ook bloembakken
ophangen aan de waterkant en een schuifpui monteren om ook klanten
vanaf het water te kunnen bedienen. Ik zie dat groene gat met
bloemen vanzelf verder groeien. Uit economische motieven worden
steeds meer betonnen bakken vervangen door ‘echte’ schuiten met
‘echte’marktkramen op de wal. Op het resterende drijvende beton zie
ik hier en daar een open terras, vooral voor het bootjesvolk een
weldaad en bovendien veel minder afstotelijk dan een blinde muur. Ik
zie uiteindelijk zelfs de kooplui zich weer naar het water richten
voor de aanvoer van hun handel. Met een vrachtauto in de binnenstad
is ook geen pretje meer en dat wordt alleen maar erger.
Op de Prinsengracht wordt mijn bootje
met boom van alle kanten toegewuifd en gefotografeerd. Een
rondvaartboot stopt naast mij, er worden 100 camera’s op mijn sering
gericht. Uiteindelijk tuf ik echt in het Westerdok met mijn boom. Ik
bel Liefya dat ze haar cadeau al van een kilometer afstand kan zien
aankomen. Maar hoewel ze vanuit haar flat aan alle kanten op water
uitkijkt, is de aflevering niet eenvoudig. Vlak onder haar flat is
een lange, lege kade waar ik mijn bootje niet meer mag afmeren. Niet
zo lang geleden ben ik door een barse varende ambtenaar van Bureau
Binnenwaterbeheer gewaarschuwd dat hij mij bij een volgende
overtreding onherroepelijk op de bon zou slingeren.
De dichtstbijzijnde plek waar mijn
bootje wel mag liggen is bijna een kilometer weg en de sering is
zwaar. Dus hijs ik in een levensgevaarlijke toer vanaf mijn los
drijvende bootje die boom op de hoge kade en bel Liefya nog een
keer, nu om haar kado te komen bewaken terwijl ik het bootje naar de
legale plek breng. Met dank aan BBA is dat alles bij elkaar een operatie van een half uur
voor twee personen, maar de sering staat op zijn plek.
Onneembare muur van beton en geblindeerd glas
Een enkele oude dekschuit ligt
daartussen ingeklemd
Zo zag de bloemenmarkt er uit aan het
einde van de negentiende eeuw